Tsjechen, Slovaken, Oostenrijkers, Italianen, Belgen, Fransen, Nederlanders en nog zo wat andere nationaliteiten: je vindt ze allemaal hier op de camping. Wat je noemt een internationaal gezelschap. Je zou denken dat het heel lawaaierig is, maar het tegendeel is waar. Na 22.00 is het overal stil, evenals overdag maar dan is iedereen op pad. Er zijn veel tentkampeerders en ook de daktenters laten zich niet onbetuigd, ik telde er vanmorgen zes op het kleine stukje naar het sanitairgebouw. De hype die enkele jaren geleden begon heeft zich doorgezet. Nu laat praktisch iedereen hier de auto – en dus de tent – staan, maar als je er regelmatig op uittrekt lijkt het me wel een heel gedoe. Je moet elke keer alles opruimen en inklappen. Vandaag viel het me voor het eerst ook op dat je in zo’n tent niets kunt opbergen. Alles staat dus buiten, naast de auto. Als het regent, wat het vannacht deed, moet je dat ook allemaal weer ergens opbergen.
Net als in Slovenië zagen we hier trouwens ook veel Berlingo’s. Vaker de Citroën-variant dan de Peugeot Partner, van dezelfde fabriek. Kennelijk zijn er hier meer mensen geporteerd van dit kleine vrachtwagentje dan in Nederland. We vallen in elk geval niet op.
Vandaag gingen we het tweede deel van de Biënnale bezoeken: in het Arsenal. Waar het in het Giardini uit allemaal verschillende paviljoens bestond ging het hier om een enorm langgerekt gebouw waarin de vele projecten rondom het thema Future gepresenteerd werden. Het voert te ver om ze allemaal van uitleg te voorzien, dus ik volsta met tekstloze foto’s. Er waren o.a. heel veel maquettes, de een nog mooier dan de andere. Veel digitale presentaties ook. Het kostte ons bijna drie uur om alles in deze voormalige wapenopslag te zien. Er kwam geen eind aan. In positieve zin dan, het was geweldig. ’s Morgens hadden we in een supermarktje wat eten en drinken ingeslagen bij wijze van lunch, en dat aten we lekker buiten op. Nadat we ook de bovenverdieping meegenomen hadden kwamen we in het buitengedeelte terecht. Dat betekende veel lopen in de zinderende hitte, maar het was het waard! We moesten natuurlijk ook nog terug. Door diezelfde hitte. Daar had de organisatie wat op gevonden, er waren van die Schiphol-wagentjes ingezet en een vriendelijke dame reed ons, alsof de duivel haar op de hielen zat, in no time naar de uitgang die toch drie kilometer verderop was. Waarschijnlijk was ze altijd blijven dromen van een carrière als autocoureur.
Deze keer namen we direct de goede boot, en om vijf uur pakten we de bus terug. Op het nippertje konden we een paar stoelen helemaal achterin confisqueren. Naast ons zat Ilja Pfeiffer. Althans, daar leek hij sprekend op. Vlakbij ons lurkte een stel Duitsers aan grote flessen bier. Ik herinnerde me opeens dat we dat in Berlijn ook vaak zagen, bier drinkende mannen (ja, altijd mannen) in de metro. Eén keer was er eentje zo straal bezopen dat hij alles liet lopen. Toen hij uitstapte bleef er een kletsnatte plek over op het bankje.
De bus reed, zoals alle bussen hier, keihard. Het was een kwestie van goed opletten, want voor je het wist was je de camping voorbij. Precies op tijd drukte Bert op de stopknop, en precies niet op tijd stopte de bus. Dat wil zeggen, hij stopte een halte te laat. Hadden wij weer. We besloten maar terug te lopen, het was niet zo heel ver. Wel met gevaar voor eigen leven want het was een smalle weg waarvan iedereen kennelijk dacht dat het Circuit Zandvoort was. Maar het was te doen, en deze keer waren we al om zes uur bij de tent. We aten weer bij het restaurantje, er wordt zo lekker gekookt dat je wel gek zou zijn om dat over te slaan. Koken? Zelf? Welnee!
Eerst een bezoek aan vrienden in Slovenië, vervolgens al kamperend via Venetië en Piemonte (Italië) naar Frankrijk.
woensdag 5 juli 2023
Dag 10 – dinsdag 4 juli: Venetië (Biënnale dag 2)
Ik blog over onze reisverhalen door de USA, Midden-Amerika en Europa. Meestal met tent, soms zonder. Het gaat altijd over reizen van minimaal 3 weken, onze kortere tripjes moeten het zonder reisverslag doen.
Dag 9 – maandag 3 juli: Venetië (Murano)
Met een plof zakte hij neer op de bank tegenover ons. Rood en verhit. We zaten op de boot naar Murano, een van de kleine eilandjes bij Venetië. Onze bootkaart was ook vandaag de hele dag geldig, en omdat de Biënnale vandaag gesloten was hadden we besloten aan eilandhopping te doen. Eerst naar Murano, dan naar Burano en eventueel nog naar het veel kleinere Torcello.
Het bleek een Canadees, de man die eruit zag alsof hij zojuist de marathon had gelopen. Natuurlijk wilde hij weten waar we vandaan kwamen en wat we gingen doen. En of we nog werkten? Hijzelf was net een jaar met pensioen, en dat beviel hem uitstekend. Zijn vrouw, die zich verscholen had in de krochten van de boot, moest nog zes jaar en zat dat tenenkrommend uit. Hij was docent geweest op een middelbare school waar hij natuurkunde en Frans gaf. Zijn vrouw gaf ‘les’ in de kinderopvang (bij ons heet dat een pedagogisch medewerker). Hij vond dat de pensioenleeftijd veel te hoog was en snapte niet waarom mensen zo lang door moesten werken. Tot welke leeftijd dan? Tot 55 jaar…dus zijn vrouw was 49! Toen ik vertelde hoe dat bij ons en de meeste omliggende landen geregeld was viel hij bijna van de bank. Barbaars, vond hij.
Inmiddels hadden we het systeem van de bootdiensten aardig door. Waar we nog niet aan gewend waren was de manier waarop je óp die boot moest zien te komen. Niks rij, niks achter aansluiten. Er was maar één manier: dringen. Alsof ze allemaal tegelijk een brandend voetbalstadion moesten verlaten, zo probeerden de mensen een plekje te veroveren. De vergelijking met volgestouwde vluchtelingenboten drong zich aan me op, en meteen was mijn chagrijn verdwenen. Op geen enkele manier te vergelijken natuurlijk. Dit was een keuze, een luxe keuze. Dan neem je het dringen en het staan voor lief.
De boot deed er ongeveer een uur over. Eenmaal aan land op Murano waren de mensenmassa’s gauw verdwenen. Wij gingen linksom, de meesten rechtsom. Direct bij aankomst stonden er proppers om ons de glasblazerijen binnen te lokken. Dit is namelijk het eiland van het glas. We lieten ons niet verleiden en verkenden de rustige straatjes. Net als in Venetië loopt er ook hier een Canal Grande door de bebouwing, een mini-uitvoering van de grote stad. En ook net als daar, en in alle andere toeristische steden ter wereld, werd je doodgegooid met winkeltjes met de plaatselijke specialiteit, glas in dit geval. Vermoedelijk voor het grootste deel made in China.
Bij een klein ijs- en koffiebarretje stopten we voor een, jawel, bakje koffie en een ijsje. De man achter de toonbank waarschuwde: buiten is het duurder hoor! Ok, prima. We wilden hoe dan ook even zitten, en in plaats van €2 zou de koffie 2,20 zijn, daar zouden we niet van wakker liggen. Het was een leuk plekje, er kwam van alles langs. Zo ook een dame met schoenen aan waar ze niet op kon lopen, hoewel ze het dapper probeerde. Maar ze dienden een heel ander doel, die schoenen: na elke tien meter strompelen zette haar vriendin haar in een modieuze stand op de foto. Het kan verkeren.
Ik ging naar binnen om af te rekenen en vroeg voor de zekerheid even na of de rekening wel klopte, €16. Ja hoor, de koffie was €5. Ach, die dingen gebeuren. Het kan altijd erger. Ooit, in Canada, betaalden we nog vele malen meer. Zie hiervoor deze link: https://www.reizenmetenzondertent.com/2011/08/dag-20-6-augustusvan-clinton-naar.html
Een van de bezienswaardigheden in Murano was de basiliek San Donato. Het was wel een eindje lopen, in de hitte die inmiddels tot categorie ‘snoei’ verheven was. We kwamen onze buurtjes van de camping tegen, een stel jonge Fransen met een allerschattigst dochtertje van elf maanden. Juliette, heette ze, en ze toverde onmiddellijk haar grootste glimlach tevoorschijn toen ze ons zag. Ik sla nu even een zijpaadje in voor ik verderga. Mocht je van plan zijn met kinderen jonger dan 10 jaar naar Venetië en omstreken te gaan: Doe Het Niet! Er is namelijk helemaal niets leuks aan voor ze. Je moet ze ontzettend goed in de gaten houden vanwege het gedrang, vooral op de boten maar ook in de stad zelf, vanwege al het water. Peuters en kleuters hingen in draagzakken, krijsend vanwege de hitte en de dorst. Overal zagen we lamlendige, apathisch kijkende kinderen meegesleurd worden door hun ouders. Het was bijna kindermishandeling. Ik bedoel, wij zochten ook altijd het water op toen de kinderen klein waren, maar niet in een stad.
Ok, terug op de hoofdweg richting basiliek. Trappen op, trappen af. De bruggen zijn hier hoog, zodat de gondels en ander vaartuig er makkelijk onderdoor kan, maar dat betekent dat je als voetganger vele treden het hoofd moet bieden. We kwamen bij de basiliek, die bleek gesloten wegens renovatie. Dus maar weer trap op, trap af. Bij de haven vroeg ik waar de boot naar Burano vertrok, en ik kreeg een antwoord dat ik niet begreep. Tot het tot me doordrong, de man sprak Frans. Zagen wij er zo Frans uit dan? ‘Daar is de rij, achter aansluiten graag’…er stond een meterslange rij mensen te wachten. Ja hoor. Na een minuut of wat wachten konden we de boot op. Rennen voor je leven, survival of the fittest, dus wij gaven alles maar belandden toch in een soort tussenruimte waar we net als honderd anderen moesten staan. Na een kwartiertje werd ik op mijn schouder getikt door iemand. Er was een stoel voor me, om de hoek! Dank u hartelijk. Ik nam plaats op het rijtje stoelen dat gereserveerd was voor 70-plussers (kennelijk hebben al mijn botox-behandelingen niet gewerkt), verder bevolkt door kinderen en jongeren. Zo gaan die dingen hier. Bert bleef staan waar hij stond, hij is nog jong tenslotte.
Waar Murano het eiland van het glas is, is Burano dat van het kantklossen. Dus, je raadt het al, werkelijk overal werd je doodgegooid met kant. Kanten kleedjes, kanten bloesjes, kanten mutsjes, kanten theedoeken, kanten weet-ik-veel, alles tegen alleszins onredelijke prijzen. Het was er ook veel en veel drukker dan op Murano. Na ons een kwartier in bochten te hebben gewrongen om anderen te ontwijken keken we elkaar aan: we gaan terug! Torcello lieten we voor wat het was. Wederom op een volle boot voeren we in een uurtje naar het San Marco-plein, waar we over moesten stappen op een boot die ons naar het piazzale Roma zou brengen alwaar we de bus naar de camping konden nemen. De boothalte waar we zijn moesten was een klein stukje lopen. Even overwogen we om te voet te gaan, maar gezien de hitte vonden we dat toch geen goede optie. Gelukkig was het op deze boot nu eens niet druk en we vonden allebei een zitplaats. Na een minuut of tien begon ik te twijfelen; ging hij wel de goede kant op? Het leek me van niet. Bij de volgende stop toch maar even gevraagd. Nee, deze gaat heel ergens anders naartoe! Shit. Hebben wij weer. Voor het Hilton Hotel stapten we uit, maar nergens zagen we een andere opstapmogelijkheid. Bij navraag bleek dat we een heel stuk verderop moesten zijn, daar zou een boot ons dan weer terugbrengen naar het San Marco-plein. We liepen langs een klein bakkertje waar we een stuk broodpizza kochten, en langs een groentewinkeltje waar we kersen, tomaat en komkommer insloegen. Zo, ons avondeten was in elk geval gered (het restaurant dicht op maandag). Uiteindelijk vonden we de goede boot, stapten bij San Marco over op de boot naar de bushalte, bevochten ons een plaatsje in de bus en waren om half zeven thuis. Om half vier waren we weggevaren van Burano. Ik zei het al, fijn dat we het systeem van de bootdiensten zo goed door hadden.
Het bleek een Canadees, de man die eruit zag alsof hij zojuist de marathon had gelopen. Natuurlijk wilde hij weten waar we vandaan kwamen en wat we gingen doen. En of we nog werkten? Hijzelf was net een jaar met pensioen, en dat beviel hem uitstekend. Zijn vrouw, die zich verscholen had in de krochten van de boot, moest nog zes jaar en zat dat tenenkrommend uit. Hij was docent geweest op een middelbare school waar hij natuurkunde en Frans gaf. Zijn vrouw gaf ‘les’ in de kinderopvang (bij ons heet dat een pedagogisch medewerker). Hij vond dat de pensioenleeftijd veel te hoog was en snapte niet waarom mensen zo lang door moesten werken. Tot welke leeftijd dan? Tot 55 jaar…dus zijn vrouw was 49! Toen ik vertelde hoe dat bij ons en de meeste omliggende landen geregeld was viel hij bijna van de bank. Barbaars, vond hij.
Inmiddels hadden we het systeem van de bootdiensten aardig door. Waar we nog niet aan gewend waren was de manier waarop je óp die boot moest zien te komen. Niks rij, niks achter aansluiten. Er was maar één manier: dringen. Alsof ze allemaal tegelijk een brandend voetbalstadion moesten verlaten, zo probeerden de mensen een plekje te veroveren. De vergelijking met volgestouwde vluchtelingenboten drong zich aan me op, en meteen was mijn chagrijn verdwenen. Op geen enkele manier te vergelijken natuurlijk. Dit was een keuze, een luxe keuze. Dan neem je het dringen en het staan voor lief.
De boot deed er ongeveer een uur over. Eenmaal aan land op Murano waren de mensenmassa’s gauw verdwenen. Wij gingen linksom, de meesten rechtsom. Direct bij aankomst stonden er proppers om ons de glasblazerijen binnen te lokken. Dit is namelijk het eiland van het glas. We lieten ons niet verleiden en verkenden de rustige straatjes. Net als in Venetië loopt er ook hier een Canal Grande door de bebouwing, een mini-uitvoering van de grote stad. En ook net als daar, en in alle andere toeristische steden ter wereld, werd je doodgegooid met winkeltjes met de plaatselijke specialiteit, glas in dit geval. Vermoedelijk voor het grootste deel made in China.
Bij een klein ijs- en koffiebarretje stopten we voor een, jawel, bakje koffie en een ijsje. De man achter de toonbank waarschuwde: buiten is het duurder hoor! Ok, prima. We wilden hoe dan ook even zitten, en in plaats van €2 zou de koffie 2,20 zijn, daar zouden we niet van wakker liggen. Het was een leuk plekje, er kwam van alles langs. Zo ook een dame met schoenen aan waar ze niet op kon lopen, hoewel ze het dapper probeerde. Maar ze dienden een heel ander doel, die schoenen: na elke tien meter strompelen zette haar vriendin haar in een modieuze stand op de foto. Het kan verkeren.
Ik ging naar binnen om af te rekenen en vroeg voor de zekerheid even na of de rekening wel klopte, €16. Ja hoor, de koffie was €5. Ach, die dingen gebeuren. Het kan altijd erger. Ooit, in Canada, betaalden we nog vele malen meer. Zie hiervoor deze link: https://www.reizenmetenzondertent.com/2011/08/dag-20-6-augustusvan-clinton-naar.html
Een van de bezienswaardigheden in Murano was de basiliek San Donato. Het was wel een eindje lopen, in de hitte die inmiddels tot categorie ‘snoei’ verheven was. We kwamen onze buurtjes van de camping tegen, een stel jonge Fransen met een allerschattigst dochtertje van elf maanden. Juliette, heette ze, en ze toverde onmiddellijk haar grootste glimlach tevoorschijn toen ze ons zag. Ik sla nu even een zijpaadje in voor ik verderga. Mocht je van plan zijn met kinderen jonger dan 10 jaar naar Venetië en omstreken te gaan: Doe Het Niet! Er is namelijk helemaal niets leuks aan voor ze. Je moet ze ontzettend goed in de gaten houden vanwege het gedrang, vooral op de boten maar ook in de stad zelf, vanwege al het water. Peuters en kleuters hingen in draagzakken, krijsend vanwege de hitte en de dorst. Overal zagen we lamlendige, apathisch kijkende kinderen meegesleurd worden door hun ouders. Het was bijna kindermishandeling. Ik bedoel, wij zochten ook altijd het water op toen de kinderen klein waren, maar niet in een stad.
Ok, terug op de hoofdweg richting basiliek. Trappen op, trappen af. De bruggen zijn hier hoog, zodat de gondels en ander vaartuig er makkelijk onderdoor kan, maar dat betekent dat je als voetganger vele treden het hoofd moet bieden. We kwamen bij de basiliek, die bleek gesloten wegens renovatie. Dus maar weer trap op, trap af. Bij de haven vroeg ik waar de boot naar Burano vertrok, en ik kreeg een antwoord dat ik niet begreep. Tot het tot me doordrong, de man sprak Frans. Zagen wij er zo Frans uit dan? ‘Daar is de rij, achter aansluiten graag’…er stond een meterslange rij mensen te wachten. Ja hoor. Na een minuut of wat wachten konden we de boot op. Rennen voor je leven, survival of the fittest, dus wij gaven alles maar belandden toch in een soort tussenruimte waar we net als honderd anderen moesten staan. Na een kwartiertje werd ik op mijn schouder getikt door iemand. Er was een stoel voor me, om de hoek! Dank u hartelijk. Ik nam plaats op het rijtje stoelen dat gereserveerd was voor 70-plussers (kennelijk hebben al mijn botox-behandelingen niet gewerkt), verder bevolkt door kinderen en jongeren. Zo gaan die dingen hier. Bert bleef staan waar hij stond, hij is nog jong tenslotte.
Waar Murano het eiland van het glas is, is Burano dat van het kantklossen. Dus, je raadt het al, werkelijk overal werd je doodgegooid met kant. Kanten kleedjes, kanten bloesjes, kanten mutsjes, kanten theedoeken, kanten weet-ik-veel, alles tegen alleszins onredelijke prijzen. Het was er ook veel en veel drukker dan op Murano. Na ons een kwartier in bochten te hebben gewrongen om anderen te ontwijken keken we elkaar aan: we gaan terug! Torcello lieten we voor wat het was. Wederom op een volle boot voeren we in een uurtje naar het San Marco-plein, waar we over moesten stappen op een boot die ons naar het piazzale Roma zou brengen alwaar we de bus naar de camping konden nemen. De boothalte waar we zijn moesten was een klein stukje lopen. Even overwogen we om te voet te gaan, maar gezien de hitte vonden we dat toch geen goede optie. Gelukkig was het op deze boot nu eens niet druk en we vonden allebei een zitplaats. Na een minuut of tien begon ik te twijfelen; ging hij wel de goede kant op? Het leek me van niet. Bij de volgende stop toch maar even gevraagd. Nee, deze gaat heel ergens anders naartoe! Shit. Hebben wij weer. Voor het Hilton Hotel stapten we uit, maar nergens zagen we een andere opstapmogelijkheid. Bij navraag bleek dat we een heel stuk verderop moesten zijn, daar zou een boot ons dan weer terugbrengen naar het San Marco-plein. We liepen langs een klein bakkertje waar we een stuk broodpizza kochten, en langs een groentewinkeltje waar we kersen, tomaat en komkommer insloegen. Zo, ons avondeten was in elk geval gered (het restaurant dicht op maandag). Uiteindelijk vonden we de goede boot, stapten bij San Marco over op de boot naar de bushalte, bevochten ons een plaatsje in de bus en waren om half zeven thuis. Om half vier waren we weggevaren van Burano. Ik zei het al, fijn dat we het systeem van de bootdiensten zo goed door hadden.
![]() |
Ik blog over onze reisverhalen door de USA, Midden-Amerika en Europa. Meestal met tent, soms zonder. Het gaat altijd over reizen van minimaal 3 weken, onze kortere tripjes moeten het zonder reisverslag doen.
dinsdag 4 juli 2023
Dag 8 – 2 juli: Venetië (Biënnale Architetture 2023)
Ik heb iets veranderd aan de mogelijkheid te reageren op het blog. Als het goed is kun je nu ook zonder Google account een reactie achterlaten.
De Biënnale met dit jaar als thema The Laboratory of the future , is verdeeld over twee terreinen die niet naast elkaar liggen. Vandaag deden we het eerste deel, gelegen in een groot en prachtig aangelegd park. Daar presenteerden 29 landen zich met hun ideeën over de toekomst. Hoe kun je bouwen aan een betere wereld als je je die niet eerst kunt voorstellen? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat iedereen te eten krijgt zonder de aarde zelf uit te putten? Voor het eerst lag de focus ook op Afrika en de Afrikaanse diaspora. De kracht van de verbeelding staat in de projecten centraal.
Elk land had een gebouw waarin ze hun visie, hun ideeën konden laten zien. Dat deden ze op heel verschillende wijze. Soms heel beeldend, soms juist voornamelijk informatief. Het voert te ver om ze hier allemaal langs te gaan maar er sprongen wat ons betreft een paar uit. Duitsland deelde een mokerslag uit door alles vol te leggen met materialen die over waren gebleven van de Kunstbiënnale van vorig jaar. Elk jaar zijn hier die grote exposities, en dat vraagt ook elk jaar nieuw opbouwmateriaal. Het afvoeren na afloop is echter een groot probleem en vooral ook heel kostbaar. Alles moet per boot en ook is er heel veel dat niet hergebruikt kan worden om verschillende redenen. Je staat er niet bij stil, maar het is de verspilling ten top. En doordat het op deze manier zo zichtbaar gemaakt werd kwam het hard binnen.
Korea (nee, er stond expliciet niet Zuid bij) kwam met een game. Achter een lange tafel met voor elke stoel drie gekleurde drukknoppen kon je gaan zitten om deel te nemen aan het spel. Op een metersgroot scherm werd een stelling opgeworpen, bijvoorbeeld over het migratieprobleem. Daarna verschenen, op drie schermen met dezelfde kleuren als de drukknoppen, de mogelijke oplossing. Wat kies je? Geen landsgrenzen meer; alle landen voor iedereen toegankelijk; alleen onder bepaalde voorwaarden krijg je toegang, als je genoeg geld hebt bijvoorbeeld. De uitkomsten werden later verwerkt en op borden getoond. Indrukwekkend.
Op een goed moment wilden we wat gaan drinken. Er waren her en der wat kiosken neergezet, en we kozen een plekje in de schaduw. Bert bestelde een bitter lemon. De man achter de toonbank krabde zich achter zijn oor, keek eens om zich heen, vroeg het aan zijn maat; nee, hij had géén idee wat dat was. Hij hield een flesje limonade omhoog. Dit? Nee, dat is het niet. Hij sprak alleen maar Italiaans, dus met Engels kwamen we ook niet verder. Hij kreeg een ingeving: hij belde zijn baas. O ja hoor, die wist het wel. Limonade met campari. En voor we het wisten ging hij aan de slag. Eerst een flinke bodem campari, limonade erbij, ijsblokjes. We keken het met toenemende verbazing aan. De fles campari was nog niet leeg, er zat nog zo’n drie centimeter in. Ach, nog maar wat erbij. Weet je wat? Ik giet hem gewoon leeg! Hoppekee, schijfje citroen erbij…We kwamen intussen niet meer bij van het lachen, en de man deed even hard mee. Met een tot de rand toe gevuld plastic glas (hoezo duurzaam??) keerden we terug naar ons tafeltje. Bert liet het zich goed smaken – uiteraard. Ik had gewoon een flesje cola 😁
Zo’n uur of vier hadden we nodig om alles te bekijken. Tussendoor genoten we van het park zelf, het was één grote bloemenzee. Af en toe kwam de campari-man voorbij om ergens een klusje te doen, die gaf ons dan een vette knipoog. Om vijf uur pakten we de boot terug, de bus stond al klaar en om half zeven waren we weer thuis. Het restaurant voorzag ons van een uitstekende maaltijd, ideaal. We moesten er wel een eind voor lopen. Het terrein is ontzettend uitgestrekt en wij staan helemaal achteraan op het tentveld. Maar klagen? Nee hoor. Het kan niet beter. Wat een plek.
Ik blog over onze reisverhalen door de USA, Midden-Amerika en Europa. Meestal met tent, soms zonder. Het gaat altijd over reizen van minimaal 3 weken, onze kortere tripjes moeten het zonder reisverslag doen.
maandag 3 juli 2023
Dag 7 - Zaterdag 1 juli: Stara Fuzina – Venetië (camping La Serenissima)
Heel veel Slovenen hebben een datsja in de bergen. Een eenvoudig hutje, soms kunnen ze er niet eens slapen maar komen ze er gewoon overdag, in weekenden en vakanties. Tijdens een van onze eerdere vakanties, lang geleden, werden we door Marija en Joze meegenomen naar dat van hen. Inmiddels hebben ze het allang niet meer, maar toentertijd maakten ze er regelmatig gebruik van. Brood en kaas mee, én een fles slivovitsj. Onderweg naar Poljuka (een hoogvlakte in het Triglav gebied) waar hun datsja stond, maakten we eerst wat tussenstops bij bevriende Slovenen. Overal kwam natuurlijk de fles op tafel, er was geen ontkomen aan. Hoe later het werd, hoe meer iedereen in de olie was. Bijna bij hun eigen datsja aangekomen raakten ze aan de praat met ene Olga. Die kon werkelijk niet meer op haar benen staan. Maar, ze moest wel naar haar eigen onderkomen. Geen schijn van kans echter dat dat haar op eigen kracht zou lukken. Sterker nog, ze had in het geheel geen kracht meer over. Goede raad was duur. Wat nu? Nou, Joze wist wel wat. Hij toverde ergens een ladder vandaan, en met hulp van Bert werd Olga op de ladder gelegd. Gierend van het lachen probeerden ze haar over de helling naar huis te vervoeren, en uiteindelijk is het nog gelukt ook. Als iemand zich afvraagt waar de uitdrukking ladderzat vandaan komt, hier dus. Krankzinnig. En een prachtherinnering.
Om kwart voor acht vanmorgen namen we afscheid van onze vrienden. Marija was duidelijk aangedaan en bezwoer ons nog een keer terug te komen. We werden uitgezwaaid en reden voorlopig voor de laatste keer met gevaar voor eigen auto door de smaller dan smalle straatjes, bij elke hoek bang dat het tóch net niet zou lukken. Maar we kwamen ongeschonden aan bij het treinstation van Bohinsjka Bistrica, waar we de auto op een gammel uitziend treinstel mochten rijden. Na ons volgden nog 13 andere auto’s zodat we met een lange sliert de tunnel inreden. Doel van de reis: Most na Soce. Van daaruit was het dan nog een uurtje of twee naar de camping bij Venetië. Die tunnels waren werkelijk stikdonker. Gelukkig waren we daarop voorbereid en gebruikten we de tijd om in onze ereaders-met-lampje te lezen. Nadat we de tunnels gepasseerd waren, duurde al met al een minuut of twintig, reden we door een licht glooiend landschap naar onze eindbestemming. Achteruit rijdend kwamen we weer van het treinstel af en konden we onze weg vervolgen. In Kanal, een klein dorpje aan het water, dronken we koffie en aten we een groot stuk taart, kaliber halve vlaai. Dat kunnen ze hier net zo goed als in Duitsland en Oostenrijk, taarten bakken. Ik zou iemand willen uitdagen in Groningen zo’n taartenwinkel te beginnen, daar houdt het zo’n beetje op bij appel- en schuimtaart. Vlak voor de grens gooiden we de tank nog even vol. In Slovenië hoef je nooit op zoek naar het goedkoopste tankstation: de benzine is overal even duur.
Piep! En weer piep! hoorden we toen we de tolpoort in Italië passeerden. We hadden in Nederland al een tolbadge aangeschaft voor Italië, Frankrijk, Spanje en Portugal, dat is een apparaatje dat je in een houder op je voorruit klikt. Ideaal! Bij de tolpoort wordt het gescand en dan gaat de slagboom omhoog. We konden zo doorrijden. De rekening volgt later, het wordt automatisch afgeschreven. Bip and Go, een aanrader!
Het was heel rustig op de weg, en om drie uur reden we de camping op. De derde keer dat we hier waren. Ook hier was het heel rustig, en op het achterste veld stond bijna niemand. Overal is schaduw, en in no time hadden we de tent opgezet op een ruime plek. ‘Mevrouw, dat palletje van de stekker moet naar boven wijzen!’ Tja, dat krijg je als je nog nooit eerder stroom hebt afgenomen bij het kamperen. Ik stond kennelijk zichtbaar een beetje te klungelen en de vlak na ons gearriveerde Nederlanders hadden dat direct in de gaten. Maar eenmaal ingeprikt snorde de koelbox al gauw als een tevreden kat in het zonnetje.
Aan zelf koken doen we nog niet erg. Er is hier een uitstekend restaurantje, net als de camping gerund door de familie. Oma achter de kachel, de dochters en kleinzoon in de bediening. We hielden het bij een pizza, die zoals verwacht smaakte als… een echte goede Italiaanse pizza. Dunne bodem en knapperige korst. De tiramisu was onovertroffen lekker en met de wijn spoelden we alles weg. Kosten: €28….
Om kwart voor acht vanmorgen namen we afscheid van onze vrienden. Marija was duidelijk aangedaan en bezwoer ons nog een keer terug te komen. We werden uitgezwaaid en reden voorlopig voor de laatste keer met gevaar voor eigen auto door de smaller dan smalle straatjes, bij elke hoek bang dat het tóch net niet zou lukken. Maar we kwamen ongeschonden aan bij het treinstation van Bohinsjka Bistrica, waar we de auto op een gammel uitziend treinstel mochten rijden. Na ons volgden nog 13 andere auto’s zodat we met een lange sliert de tunnel inreden. Doel van de reis: Most na Soce. Van daaruit was het dan nog een uurtje of twee naar de camping bij Venetië. Die tunnels waren werkelijk stikdonker. Gelukkig waren we daarop voorbereid en gebruikten we de tijd om in onze ereaders-met-lampje te lezen. Nadat we de tunnels gepasseerd waren, duurde al met al een minuut of twintig, reden we door een licht glooiend landschap naar onze eindbestemming. Achteruit rijdend kwamen we weer van het treinstel af en konden we onze weg vervolgen. In Kanal, een klein dorpje aan het water, dronken we koffie en aten we een groot stuk taart, kaliber halve vlaai. Dat kunnen ze hier net zo goed als in Duitsland en Oostenrijk, taarten bakken. Ik zou iemand willen uitdagen in Groningen zo’n taartenwinkel te beginnen, daar houdt het zo’n beetje op bij appel- en schuimtaart. Vlak voor de grens gooiden we de tank nog even vol. In Slovenië hoef je nooit op zoek naar het goedkoopste tankstation: de benzine is overal even duur.
![]() |
| In de rij voor de trein |
![]() |
![]() |
![]() |
| Kanal |
![]() |
![]() |
Piep! En weer piep! hoorden we toen we de tolpoort in Italië passeerden. We hadden in Nederland al een tolbadge aangeschaft voor Italië, Frankrijk, Spanje en Portugal, dat is een apparaatje dat je in een houder op je voorruit klikt. Ideaal! Bij de tolpoort wordt het gescand en dan gaat de slagboom omhoog. We konden zo doorrijden. De rekening volgt later, het wordt automatisch afgeschreven. Bip and Go, een aanrader!
Het was heel rustig op de weg, en om drie uur reden we de camping op. De derde keer dat we hier waren. Ook hier was het heel rustig, en op het achterste veld stond bijna niemand. Overal is schaduw, en in no time hadden we de tent opgezet op een ruime plek. ‘Mevrouw, dat palletje van de stekker moet naar boven wijzen!’ Tja, dat krijg je als je nog nooit eerder stroom hebt afgenomen bij het kamperen. Ik stond kennelijk zichtbaar een beetje te klungelen en de vlak na ons gearriveerde Nederlanders hadden dat direct in de gaten. Maar eenmaal ingeprikt snorde de koelbox al gauw als een tevreden kat in het zonnetje.
Aan zelf koken doen we nog niet erg. Er is hier een uitstekend restaurantje, net als de camping gerund door de familie. Oma achter de kachel, de dochters en kleinzoon in de bediening. We hielden het bij een pizza, die zoals verwacht smaakte als… een echte goede Italiaanse pizza. Dunne bodem en knapperige korst. De tiramisu was onovertroffen lekker en met de wijn spoelden we alles weg. Kosten: €28….
Ik blog over onze reisverhalen door de USA, Midden-Amerika en Europa. Meestal met tent, soms zonder. Het gaat altijd over reizen van minimaal 3 weken, onze kortere tripjes moeten het zonder reisverslag doen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
En dan hier de kaart met de uiteindelijke route, onze overnachtingsplekken met rood onderstreept






























































