zaterdag 22 juli 2023

Dag 26 – donderdag 20 juli: Salornay – Sint Geertruid (Zuid-Limburg)

Kamperen kun je leren. Ik bied u, als zelfbenoemd en -gecertificeerd kampeercoach, de basisbeginselen van het kamperen aan in zes stappen. Daarna kunt u geheel zelfstandig de tent opzetten en genieten van uw vakantie. Tarieven op aanvraag (reken maar dat ze hoog zijn, ik moet er zelf ook van met vakantie). De eerste stap is gratis en volgt hieronder.

Stap 1.
Haal de tent uit de hoes. Leg op de plaats waar hij opgezet gaat worden een zogenaamde tentluier neer, of eventueel een iets dikker onderzeil. Zet de tent op volgens instructie. Nu het belangrijkste: vouw de randen van de tentluier helemaal naar onder en naar binnen, ónder het grondzeil van de tent. Zorg ervoor dat er niets uitsteekt, anders loopt eventueel regenwater zo onder de binnentent, vormt daar een plas en trekt dan door het grondzeil de tent binnen. Gegarandeerd natte slaapmat en -zak.


Ok, nu vanaf het begin. Op het plaatselijke marktje haalde ik vanmorgen vroeg drie geitenkaasje om mee naar huis te nemen. Bij de bakker vulde ik dat aan met croissants en verse quiches, alsmede – ik kon het niet laten – wederom twee citroen-meringue taartjes. Om tien uur reden we weg, richting huis. De route voerde ons binnendoor, van de ene ansichtkaart langs de andere. Zo mooi hier! En ook allemaal heel goed onderhouden. Het chateau de Sercy sprong er helemaal uit, werkelijk een plaatje. De reis verliep verder voorspoedig. Bert reed, en ik voorzag hem gevraagd en ongevraagd van commentaar. Zoals altijd. Gelukkig is hij eraan gewend 😊.

Om half zes passeerden we de Nederlands grens, nadat we in Luxemburg de tank nog even helemaal volgegooid hadden voor €1,57 per liter. Bert wilde eigenlijk doorrijden, maar ik was moe en wilde liever stoppen. Dus besloten we nog een kampeernachtje eraan vast te knopen kampeerterrein De Heerkuil, in Sint Geertruid. Dat is een van de vele mooi gelegen NTKC-terreinen (kampeerclub) waar we al veel vaker gekampeerd hebben. Ligt 3 km van de snelweg, prima plek dus.

We zetten ons kleine tentje op, het Amerika-tentje genoemd. Het heeft al vele stormen en slagregens doorstaan, zowel in de USA als in Europa. Het stond in vijf minuten en in no time zaten we aan de geitenkaas met een glas wijn ernaast. Echt honger hadden we niet, maar om nu alleen maar een stukje kaas te eten…dus maakten we een blik chili open. In Amerika vinden we die lekker, deze Franse variant kon ons niet echt bekoren. Maar goed, we werkten de smaak weg met de citroentaartjes en genoten van het uitzicht, ook hier staan we weer prachtig. Het was inmiddels begonnen met regenen, dus aten we ze in de binnentent. Voldaan konden we de slaapzak induiken. De laatste kampeernacht van de vakantie.

Morgen een update over het stappenplan ‘Kamperen kun je leren’.

Chateau de Persy

De Heerkuil.
Het is vroeger een 'echte' terrassencamping geweest,
en dat kun je nog goed zien aan de heggetjes op het onderste veld
waar wij staan. Bij alle andere NTKC-terreinen sta je gewoon op
een terrein zonder afgebakende plaatsen. 




vrijdag 21 juli 2023

Dag 25 – woensdag 19 juli: Salornay


Op vijf minuten lopen van de camping zat een bakker, een echte zoals je die hier gelukkig toch nog vaak hebt. Daar haalden we dus vers stokbrood en een paar croissants en in het ochtendzonnetje, wat hier heel aangenaam was, genoten we van het Franse leven. Na enig overleg gisteren met de beheerder van de camping was het gelukt de wifi aan de praat te krijgen waardoor ik mijn foto’s voor het blog kon laden. Dat deed ik dus eerst, en daarna gingen we naar het eigenlijke doel van ons verblijf hier. Het opzoeken van onze ‘boer en boerin’, zoals we ze al meer dan vijfenveertig jaar noemen. Ik schreef er al over in 2021 (www.reizenmetenzondertent.com, tabblad Frankrijk). Met enige spanning in het lijf reden we hun kant op. Zouden ze er nog wonen? Zou hij nog leven, het ging zo slecht met hem de vorige keer. En hoe zou het met haar zijn?

Het hek stond open, evenals de keukendeur. Maar we zagen niemand. Ik riep dus maar door de open deur of er iemand was. En gelukkig, we hoorden iets. De boerin, Elise, kwam uit de keuken tevoorschijn, zag ons, en was zó blij ons te zien! We omhelsden elkaar hartelijk. Natuurlijk viel direct op dat het wel heel stil was. Antoine, zo hoorden we, was een jaar geleden opgenomen in een verpleeghuis. Het ging echt niet meer. Hij hoorde niet goed, sprak niet meer en kon ook niet meer goed lopen. De zorg was uitstekend, vertelde Elise, maar net als hier kampt men in Frankrijk ook met een ernstig personeelstekort wat het niet altijd makkelijk maakte. Voor haar was het zwaar, zo alleen in die oude middeleeuwse boerenhoeve, met alleen nog twee kippen en een kat. Haar kinderen en kleinkinderen kwamen wel elke dag langs (niet tegelijk natuurlijk), maar toch. Ze loopt zelf tegen de negentig en dan valt het niet altijd mee. Ondanks alles zag je in haar nog steeds die taaie, sterke vrouw, die bovendien zeer goed op de hoogte was van het wereldgebeuren. Het was belangrijk om je geest scherp te houden, zei ze. Heel bijzonder.

We dronken een glas limonade en na een klein uurtje namen we afscheid. ‘We zeggen gewoon tot de volgende keer hoor!’, zo zwaaide ze ons uit. Een stuk geschiedenis voor ons allemaal.

Die avond gingen we eten in Cluny. Dat doen we daar meestal bij hetzelfde eetcafé, Café Centre. Geen hoogstandjes maar gewoon goed eten op een leuke plek. Eerst dwaalden we nog wat door het stadje, dat we zo goed kennen en dat een metamorfose heeft ondergaan sinds de eerste keer dat we er kwamen in 1979. Nu lopen er drommen toeristen door de hoofdstraat, die deels tot voetgangersgebied is verklaard. Eén ding verandert nooit, dat is de Grote Abdij. Dit voormalig klooster, gebouwd in 909, is een van de grote publiekstrekkers in dit stadje. En terecht. Van de oorspronkelijke gebouwen is nog maar 10% over, maar zelfs dat is meer dan indrukwekkend.

In Café Union, ongeveer midden in hoofdstraat, namen we een drankje. Tot mijn grote vreugde waren de knalroze plastic stoelen, zoals ze die tot een paar jaar geleden hier overal in de horeca hadden, vervangen door neutraler gekleurde exemplaren. Nu had je niet meer het gevoel in een Barbie-poppenhuis te zitten. Voor het eten hoefden we maar een klein stukje te lopen, en de gezellige drukte van onze vaste eetstek lachte ons al toe. Bert nam vooraf iets dat ik hier maar niet zal benoemen omdat ik er zelf nauwelijks naar kan kijken, maar vooruit, soms moet je ergens overheen stappen. Ons hoofdgerecht, steak Charollais, liet lang op zich wachten. Nu was het er druk, en er was ook genoeg te zien, maar na een uurtje kregen we toch de indruk dat ze ons vergeten waren. We vroegen het maar eens aan iemand van de bediening. ‘O, sorry, nou, jullie kunnen ook gewoon het biertje afrekenen hoor!’ Wat??? Geen excuses, niks. Een ander personeelslid bemoeide zich er ook mee. Ook hier geen excuses, maar alleen de opmerking dat het nu ‘heus, heus’, binnen een paar minuten op tafel zou staan. ‘Er was een probleempje in de keuken’. Daar geloofden we helemaal niets van natuurlijk. Bert was er inmiddels al zo klaar mee dat hij weg wilde lopen, maar ik had honger en het alternatief, bij de tent iets klaarmaken, vond ik ook niet aanlokkelijk klinken. Dus maar even gecheckt: kan het écht binnen een paar minuten? Ja echt. En het was ook zo. Toch was het jammer dat we de laatste avond zo af moesten sluiten. Wat ons het meest stoorde was dat ze met smoesjes kwamen, en ons zelfs niet eens iets van koffie aanboden na het eten. Maar goed, het zou ook stom zijn deze vakantie hierdoor te laten bederven dus dronken we bij de tent ons glaasje wijn (ik was de bob, dus had het bij water gehouden). Morgen vertrekken we naar huis. Misschien in één keer door, misschien met een stop onderweg. We zullen zien.

Doorkijkje naar de Abdij van Cluny

Beeld bij de camping...

...en nog een



woensdag 19 juli 2023

Dag 24 - dinsdag 18 juli: Vercause (Drôme) - Jalornay-sur-Guye (Bourgogne)

Om precies 10 uur reden we weg uit Verclause. Gisteren hadden we de tank al volgegooid, bij de Super-U was de benzine het goedkoopst van alles wat we tot dan toe gezien hadden. Bij de bakker in Rosans haalden we wat voor een na-ontbijtje, we hadden al vroeg wat toastjes met jam gegeten. Ook kochten we twee pissaladières, raar woord maar het bestaat echt. Het zijn een soort kleine pizza’s, in dit geval belegd met gekarameliseerde ui en ansjovis. Een paardenbloem heet hier trouwens een
pissenlit. Ze weten er hier wel weg mee, die Fransen.

We besloten via Grenoble te rijden, en dat was een verstandige keus zo bleek. Ten eerste was het onwaarschijnlijk mooi en ten tweede ontzettend rustig. Nadat we de hoogste bergen gepasseerd hadden was het afgelopen met het bochtjesrijden en konden we wat meer opschieten. Om een uur of één stopten we bij een boulangerie/café, waar we onze zelf meegebrachte chocoladebroodjes opaten bij een voortreffelijke kop koffie. Er zat een grote groep wegwerkers naast ons, en toen een van hen zag dat wij nét in de zon zaten schoof hij een heel eind op zodat ook wij in de schaduw konden zitten. Er bestaan genoeg aardige mensen, soms zou je het haast vergeten. Toen ik ging afrekenen kon ik het niet laten de citroen-meringue-taartjes, die Bert al had zien staan, mee te nemen.

De route liep om Lyon heen zodat we ook daar geen enkele last van het verkeer hadden, hoewel het wel veel drukker was dan op het eerste traject. Ons doel was camping La Clochette, in Savornay -sur-Guye, een municipal. Die zijn eigenlijk altijd goed, en ook deze stelde ons niet teleur. In het dorp, prachtig in het groen en met zeeën van plaats. We konden maar kiezen. Om vier uur stond de tent en konden we ons overgeven aan het kampeerleven. We aten ’s avonds eerst een geitenkaasje wat we nog in de koelbox hadden, toen de pissaladières en als toetje de citroenmerengue. Wat een feestmaal!










Dag 23 – maandag 17 juli: Verclause

Wie Provence zegt, zegt lavendel. Dus maakten wij vandaag een tochtje naar Pont-Lagrand, waar je volgens de aardige dame van de VVV de mooiste velden kon vinden. We begonnen met een schitterende rit door het middelgebergte, naar het plaatsje Orpierre. We kwamen helemaal niemand tegen en dat was maar goed ook, want het waren weer allemaal smalle weggetjes. Zomaar uit het niets doemde Orpierre voor onze neus op. Een verrassend leuk plaatsje, klein, maar wel met twee restaurantjes waarvan er ééntje open was. Daar streken we neer op het terras dat goed in de schaduw lag. We aten er een hapje, of twee eigenlijk. Naast een uitstekend klaargemaakte gratin van aardappel, gorgonzola en spekjes, geflankeerd door een echt goed aangemaakte sla (dat moet je tegenwoordig maar afwachten, soms krijg je een bak onaangemaakte rucola met een halve lepel dressing erover, succes) namen we een toetje: citroen-meringue taart. Dat was alsof er duizend engeltjes op je tong piesten, zo lekker. Net toen wij weg wilden gaan schoven er drie bergbeklimmers aan, een jongeman die de twee anderen kennelijke gegidst had. Ze hadden een rots beklommen die zo’n beetje kaarsrecht omhoog stond, vergelijkbaar met El Capitán in Yosemite. De oudste van de drie, ik schatte hem begin vijftig, was totaal uitgeput. Ze waren die ochtend om half vijf begonnen en nu was het twee uur. Hij had een massage nodig, en een jacuzzi, en een infuus met bier. Volgens eigen zeggen.

Geheel verzadigd reden we verder, op naar de lavendel. Nou, dat viel tegen. We hadden al behoorlijk wat velden gezien onderweg, de een wat beter onderhouden dan de ander, maar dit was eigenlijk niks. Ach, maakte niet uit, het was sowieso een tocht die de moeite dubbel en dwars waard was. De lavendel van vroeger schijnt veel sterker van geur geweest te zijn, maar op een goed moment werden door een ziekte alle wortels aangetast waardoor er niets meer van over was. Men is toen een nieuw ras gaan kweken dat veel beter bestand was tegen ziekte maar ook minder geurig, waardoor er nu veel meer struiken nodig zijn voor een litertje lavendel (à €1200).

Bij de tent was het redelijk te doen in de schaduw. Echt honger hadden we ’s avonds niet meer na het copieuze middagmaal, maar een geitenkaasje met een stuk stokbrood ging er prima in. Het was onze laatste avond hier. Morgen vertrekken we richting Bourgogne. Het oorspronkelijke plan om nog naar de omgeving van Uzès te gaan, met de meest fantastische zaterdagmarkt, hebben we laten varen gezien de hoge temperaturen. Veertig graden, dat wordt ons echt teveel.

Ik moet nog even iets nuanceren wat betreft het schoonmaakverhaal van het sanitair. Afgelopen dagen is er elke dag gepoetst door Flo. Toen we bij hem afrekenden vertelde hij een verhaal dat ik hier niet precies uit de doeken ga doen, maar wat wel verklaart waarom het hem af en toe even niet lukt.







Ook uitgebloeid zijn bloemen mooi



dinsdag 18 juli 2023

Dag 22 – zondag 16 juli: Verclause

Eerst zetten de sopranen in, aarzelend. Dan komen de bassen erbij, gevolgd door alten en tenoren. Een prachtig concert. Uiteindelijk luisteren we naar het Hallelujah van Händel, geroerd door zoveel moois. En dat meerdere keren op een dag. Gratis en voor niks. Zo onverwachts als het begon eindigt het ook: opeens zijn alle cicades stil. Ongelofelijk.

Deze insecten, die niets met krekels van doen hebben, houden zich schuil op de schors van de bomen. Het is moeilijk om ze in beeld te krijgen, maar uiteindelijk is het ons toch gelukt. Met de camera van Bert zelfs haarscherp, met mijn mobiel toch ook nog redelijk. Het is eigenlijk een totaal oninteressant beestje om te zien, saai en kleurloos, in tegenstelling tot het geluid wat het produceert. Er zijn mensen die er gek van worden maar wij luisteren er juist met plezier naar.

Goed zoeken!

Vanwege de hitte, die deze dagen alleen maar toeneemt, besloten we de ochtend bij de tent te blijven en pas als het te warm werd in de auto (lees: airco) te stappen. We hadden een leuk tochtje uitgestippeld met behulp van de onvolprezen detailkaarten van Michelin. Daar kan geen navigatie tegenop. Op de kaart kun je precies zien welke wegen de moeite waard zijn qua omgeving en natuur, en zo kun je heel makkelijk een route uitzetten. De belangrijkste plaatsjes hebben we vervolgens genoteerd en die onderweg steeds opnieuw ingegeven op de navigatie. Voordeel daarvan was weer dat we onderweg niet de hele tijd op de kaart hoefden te kijken.

De tocht ging langs de wat kleinere Gorges de Arnayon, door naar Bourdeaux, Dieulefit en Montbrison naar Nyons, langs de Gorges de Eygues en toen terug naar Verclause. In Dieulefit was het groot feest. We hebben er even rondgelopen tussen de bric-à-brac, met medelijden kijkend naar de mensen achter hun kraampjes in de gloeiende zon die niet anders konden dan afwachten of iemand alsjeblieft, alsjeblieft iets van hun roestige gereedschap/oude vazen/antieke(not) lampfittingen wilde kopen. Wij hebben alles al, dus aan ons hadden ze niets.

Nu komen we al meer dan veertig jaar in Frankrijk, en deze streek was ons volkomen onbekend. Het was dus een verrassing om te zien hoe mooi en afwisselend het landschap hier was. Echt een aanrader! Ook volop wandelmogelijkheden, maar daar zagen wij vanaf. Je moet de goden niet verzoeken in deze temperaturen. In Nyons, een redelijk grote stad, was het gezellig druk met veel goed bezette terrassen, daar hebben we dus een tijdje gezeten om de vochtbalans op peil te brengen.

Terug bij de tent was het inmiddels aangenaam. We aten de andere helft van de merguez, die bleken gisteren toen we ze uitpakten zó groot te zijn dat we allebei aan twee genoeg hadden. Wederom aangevuld met gebakken tomaat, wortelsalade en brood een voortreffelijk, licht maaltje. Vakantie noemen ze dat, geloof ik.




zondag 16 juli 2023

Dag 21 – zaterdag -15 juli: Verclause

De Franse markten, daar doe je het voor. Vooral de wat grotere, zoals die in Uzès of in Thuir (zoek maar op). In de VVV in Rosans, bij dezelfde alleraardigste dame, hing ook een lijstje. Serres, 30 km hiervandaan, dat leek ons wel wat. ‘Ga vooral vroeg, zorg dat je er om acht uur bent en neem daar je petit-dejeunertje’, zo was het advies. ‘Parkeer buiten het centrum en loop de rest.’

Ok, wekker gezet op zeven uur, in de auto gesprongen en precies om twee minuten over acht reden we het stadje in. Waar we recht tegen de markt opreden en pal ernaast de auto konden parkeren. Wat een deceptie, de wijkmarkt bij ons in de buurt is haast nog groter. Maar niet getreurd, eerst een lekkere bak koffie op het plein, met croissants en pain au chocolat van de naast liggende bakker. Dat is hier heel fijn, je mag overal je zelfgekochte etenswaar opeten op een terras en daar maakten we ook nu graag gebruik van. Meestal nemen we een grand crème, oftewel een grote café au lait. De tweede ronde vroeg ik hetzelfde zónder melk. Even vergeten dat we hier in Frankrijk zitten. Ik kreeg dus een dubbele espresso, zo sterk dat mijn gezicht ervan vertrok. Weet je wat, ik vraag er wat water bij. Ik liep dus met mijn kopje naar binnen waar de vriendelijke dame me al tegemoet kwam: ‘water erbij zeker? Ik breng het zo!’. Kennelijk was ik niet de enige.

Balkonscène met hond in Serres

De markt zelf was zoals gezegd klein, met wat stalletjes waar ze lokale producten verkochten en een paar met kleding en tassen, dat soort dingen. Hoewel we nooit genoeg krijgen van geitenkaas lieten we het toch voor wat het was, we gingen namelijk nog een flinke rondrit maken met de auto. En gesmolten geitenkaas is misschien een geweldige ontdekking voor een nieuw soort smoothie, wij besloten het aan het eind van de rit in het dorp te halen. Daar hadden ze het ook, van dezelfde geitenboer.

Vanuit Serres reden we binnendoor naar de Gorges de Méouge. Langs kleine dorpjes, waar we soms wel en soms niet uitstapten. De Gorges waren prachtig en gelukkig voor mij niet te hoog qua wegen. Het was er wel redelijk druk, zaterdag natuurlijk, en ook waren bijna alle stopplekken afgezet zodat we niet veel uit konden stappen om rond te kijken en foto’s te maken. Maar het was dubbel en dwars de moeite waard. Om weer thuis te komen moesten we in totaal drie passen over, fantastisch mooi! Geen vergelijk met de Col de Preit. (O, nog even daarover: niet iedereen leest vermoedelijk de reacties op het blog, maar Marianne stuurde er eentje met daarbij ingesloten een link die ik jullie niet wil onthouden: www.dangerousroads.org/europe/italy/3649-colle-del-preit.html. In Italië dus. Ben ik blij dat we teruggegaan zijn!) We kwamen op prachtige plekken en het mooiste was: er was niemand. Welgeteld één auto zijn we tegengekomen, bovenop de Col Saint Jean. Duitsers. Via de Col de Pierre Vesce en de Col du Reychasset kwamen we weer terug in Verclause. In totaal waren we zeven uur onderweg geweest, maar o zo de moeite waard. In de Super U deden we nog wat boodschappen: merguez met de daarbij behorende harissa, salade de carottes, paté en geitenkaasjes.

Mooi opgeknapte oude wasplaats in Eygalayes


Val Buëch Meouge

Doorkijkje in Ventavon

Valle Buëch Meouge

Ventavon

Savournon

Intussen was de temperatuur zo gestegen dat we besloten verder niets te doen. We zetten de stoelen in de schaduw en hadden een late lunch. Ik nam vrij van het bloggen en las in één ruk mijn boek uit. Bert was gisteren al begonnen in het boek van Nico Dros; Willem die Madoc maakte.

Om een uur of acht kregen we weer trek en het koelde een beetje af zodat we onze stoelen weer verplaatsten naar de kookplek, voor de tent. Daar aten de goddelijk lekkere merguez, aangevuld met dikke plakken gebakken vleestomaat, salade en brood. Toen het echt te donker was om te lezen bleven we nog even zitten om te zien of Reintje de Vos zich nog zou vertonen. Die heeft hier namelijk zijn domicilie, samen met zijn familie. Hopelijk hebben zij wél schoon sanitair.














Dag20 – vrijdag 14 juli: Verclause

Het terrein hier is nauwelijks een camping te noemen. Je staat er gewoon met je tentje middenin het prachtige landschap op de grens van de Hautes Alpes de Provences en de Drôme. De weg ernaartoe is vrij steil, met een aantal flinke haarspeldbochten. Hoe je hier met een caravan moet komen zou ik echt niet weten, maar toch stonden er een paar. Kleinere, wel te verstaan. Flo vertelde dat hij eens vier uur bezig was geweest een vastgelopen camper eerst veilig beneden en toen via een enorme omweg op de plek van bestemming te krijgen. Beslist geen aanrader dus voor campers en grote caravans! Je moet er ook niet aan denken dat je er op deze weggetjes een tegenkomt, dat betekent dat één van de twee een heel stuk achteruit moet rijden. Verder kun je op de reviews van deze camping lezen dat het sanitair zo ongeveer antiek is. Nou, dat klopt. Er is duidelijk in geen jaren meer iets aan gedaan. Dat is tot daar aan toe, het functioneert allemaal wel, maar er wordt niet schoongemaakt! Helemaal niet. Terwijl het dik dertig graden is en we ons hier wel alleen op de wereld voelen, maar het niet zijn. Met deze hitte en met toch minstens 15 medekampeerders is het echt meer dan noodzakelijk de boel goed schoon te houden, basisregel van de hygiëne. Dat gevoel bekruipt ons wel, dat de huidige eigenaren/beheerders zich er erg makkelijk van af maken. Wel de lusten (het is bepaald niet gratis) maar niet de lasten. De vuilnisbakken in de toiletten puilen uit, de vuilcontainers zitten propvol en het is gewoon niet schoon. In het werkhok stond een dweilstok, het vuil van jaren zat eraan vastgekoekt. Dat het niet helemaal uit de hand loopt komt doordat de kampeerders hier af en toe zelf de handen uit de mouwen steken. Zo waren twee mannen zelfs bezig met het vervangen van de schommels en bijbehorende bevestigingen, iets wat me toch ook de taak van de beheerder lijkt. Kennelijk accepteert iedereen het (wij ook) omdat het verder zo uniek is.

Quatorze Juillet vandaag. De nationale feestdag ter herinnering aan het uitroepen van de Franse Republiek in 1789. Het is wel de vraag wat ze dat gebracht heeft, hoewel, die koningen waren ook niet alles. In elk geval wordt overal in het land feest gevierd op meer of minder uitbundige wijze. Zo ook in Rosans, het dorpje hier vlakbij. We reden erheen, om een uur of elf, om te ontdekken dat de festiviteiten pas eind van de middag zouden plaatsvinden. Gelukkig was het plaatselijke café wel open, en we dronken een kop koffie tussen de Fransen die al aan de wijn en het bier zaten. Daarna liepen we een rondje dorp, beklommen de zeer oude toren vanwege het mooie uitzicht en daarmee hadden we het wel gezien.

Terug bij de tent lunchten we met het verse brood dat ik ’s morgens nog even gehaald had en verder deden we niets. Nou ja, niets, ik werkte het blog bij en begon aan een nieuw boek (Lessen in Chemie, een absolute aanrader!) en Bert las Landlijnen van Raynor Winn uit. We aten onze fameuze schaapherderspot, dat hoort erbij zodra we in Frankrijk zijn. Voor de liefhebbers hier het recept: snijd ongeveer gelijke hoeveelheden uien, vleestomaten en aardappelen in grove stukken Gooi alles in een pan met een paar bouillonblokjes, doe er wat water bij, breng aan de kook en laat het garen. Op je bord: versgemalen zwarte peper erover, een flinke schep crème fraîche erbij (de echte Franse, die is wat vloeibaar) en een klodder fromage frais erop. Supermakkelijk, ontzettend lekker en ook nog eens heel snel klaar.

Bon appetit! (Nee, geen foto's vandaag)

En dan hier de kaart met de uiteindelijke route, onze overnachtingsplekken met rood onderstreept