zondag 16 juli 2023

Dag 21 – zaterdag -15 juli: Verclause

De Franse markten, daar doe je het voor. Vooral de wat grotere, zoals die in Uzès of in Thuir (zoek maar op). In de VVV in Rosans, bij dezelfde alleraardigste dame, hing ook een lijstje. Serres, 30 km hiervandaan, dat leek ons wel wat. ‘Ga vooral vroeg, zorg dat je er om acht uur bent en neem daar je petit-dejeunertje’, zo was het advies. ‘Parkeer buiten het centrum en loop de rest.’

Ok, wekker gezet op zeven uur, in de auto gesprongen en precies om twee minuten over acht reden we het stadje in. Waar we recht tegen de markt opreden en pal ernaast de auto konden parkeren. Wat een deceptie, de wijkmarkt bij ons in de buurt is haast nog groter. Maar niet getreurd, eerst een lekkere bak koffie op het plein, met croissants en pain au chocolat van de naast liggende bakker. Dat is hier heel fijn, je mag overal je zelfgekochte etenswaar opeten op een terras en daar maakten we ook nu graag gebruik van. Meestal nemen we een grand crème, oftewel een grote café au lait. De tweede ronde vroeg ik hetzelfde zónder melk. Even vergeten dat we hier in Frankrijk zitten. Ik kreeg dus een dubbele espresso, zo sterk dat mijn gezicht ervan vertrok. Weet je wat, ik vraag er wat water bij. Ik liep dus met mijn kopje naar binnen waar de vriendelijke dame me al tegemoet kwam: ‘water erbij zeker? Ik breng het zo!’. Kennelijk was ik niet de enige.

Balkonscène met hond in Serres

De markt zelf was zoals gezegd klein, met wat stalletjes waar ze lokale producten verkochten en een paar met kleding en tassen, dat soort dingen. Hoewel we nooit genoeg krijgen van geitenkaas lieten we het toch voor wat het was, we gingen namelijk nog een flinke rondrit maken met de auto. En gesmolten geitenkaas is misschien een geweldige ontdekking voor een nieuw soort smoothie, wij besloten het aan het eind van de rit in het dorp te halen. Daar hadden ze het ook, van dezelfde geitenboer.

Vanuit Serres reden we binnendoor naar de Gorges de Méouge. Langs kleine dorpjes, waar we soms wel en soms niet uitstapten. De Gorges waren prachtig en gelukkig voor mij niet te hoog qua wegen. Het was er wel redelijk druk, zaterdag natuurlijk, en ook waren bijna alle stopplekken afgezet zodat we niet veel uit konden stappen om rond te kijken en foto’s te maken. Maar het was dubbel en dwars de moeite waard. Om weer thuis te komen moesten we in totaal drie passen over, fantastisch mooi! Geen vergelijk met de Col de Preit. (O, nog even daarover: niet iedereen leest vermoedelijk de reacties op het blog, maar Marianne stuurde er eentje met daarbij ingesloten een link die ik jullie niet wil onthouden: www.dangerousroads.org/europe/italy/3649-colle-del-preit.html. In Italië dus. Ben ik blij dat we teruggegaan zijn!) We kwamen op prachtige plekken en het mooiste was: er was niemand. Welgeteld één auto zijn we tegengekomen, bovenop de Col Saint Jean. Duitsers. Via de Col de Pierre Vesce en de Col du Reychasset kwamen we weer terug in Verclause. In totaal waren we zeven uur onderweg geweest, maar o zo de moeite waard. In de Super U deden we nog wat boodschappen: merguez met de daarbij behorende harissa, salade de carottes, paté en geitenkaasjes.

Mooi opgeknapte oude wasplaats in Eygalayes


Val Buëch Meouge

Doorkijkje in Ventavon

Valle Buëch Meouge

Ventavon

Savournon

Intussen was de temperatuur zo gestegen dat we besloten verder niets te doen. We zetten de stoelen in de schaduw en hadden een late lunch. Ik nam vrij van het bloggen en las in één ruk mijn boek uit. Bert was gisteren al begonnen in het boek van Nico Dros; Willem die Madoc maakte.

Om een uur of acht kregen we weer trek en het koelde een beetje af zodat we onze stoelen weer verplaatsten naar de kookplek, voor de tent. Daar aten de goddelijk lekkere merguez, aangevuld met dikke plakken gebakken vleestomaat, salade en brood. Toen het echt te donker was om te lezen bleven we nog even zitten om te zien of Reintje de Vos zich nog zou vertonen. Die heeft hier namelijk zijn domicilie, samen met zijn familie. Hopelijk hebben zij wél schoon sanitair.














Dag20 – vrijdag 14 juli: Verclause

Het terrein hier is nauwelijks een camping te noemen. Je staat er gewoon met je tentje middenin het prachtige landschap op de grens van de Hautes Alpes de Provences en de Drôme. De weg ernaartoe is vrij steil, met een aantal flinke haarspeldbochten. Hoe je hier met een caravan moet komen zou ik echt niet weten, maar toch stonden er een paar. Kleinere, wel te verstaan. Flo vertelde dat hij eens vier uur bezig was geweest een vastgelopen camper eerst veilig beneden en toen via een enorme omweg op de plek van bestemming te krijgen. Beslist geen aanrader dus voor campers en grote caravans! Je moet er ook niet aan denken dat je er op deze weggetjes een tegenkomt, dat betekent dat één van de twee een heel stuk achteruit moet rijden. Verder kun je op de reviews van deze camping lezen dat het sanitair zo ongeveer antiek is. Nou, dat klopt. Er is duidelijk in geen jaren meer iets aan gedaan. Dat is tot daar aan toe, het functioneert allemaal wel, maar er wordt niet schoongemaakt! Helemaal niet. Terwijl het dik dertig graden is en we ons hier wel alleen op de wereld voelen, maar het niet zijn. Met deze hitte en met toch minstens 15 medekampeerders is het echt meer dan noodzakelijk de boel goed schoon te houden, basisregel van de hygiëne. Dat gevoel bekruipt ons wel, dat de huidige eigenaren/beheerders zich er erg makkelijk van af maken. Wel de lusten (het is bepaald niet gratis) maar niet de lasten. De vuilnisbakken in de toiletten puilen uit, de vuilcontainers zitten propvol en het is gewoon niet schoon. In het werkhok stond een dweilstok, het vuil van jaren zat eraan vastgekoekt. Dat het niet helemaal uit de hand loopt komt doordat de kampeerders hier af en toe zelf de handen uit de mouwen steken. Zo waren twee mannen zelfs bezig met het vervangen van de schommels en bijbehorende bevestigingen, iets wat me toch ook de taak van de beheerder lijkt. Kennelijk accepteert iedereen het (wij ook) omdat het verder zo uniek is.

Quatorze Juillet vandaag. De nationale feestdag ter herinnering aan het uitroepen van de Franse Republiek in 1789. Het is wel de vraag wat ze dat gebracht heeft, hoewel, die koningen waren ook niet alles. In elk geval wordt overal in het land feest gevierd op meer of minder uitbundige wijze. Zo ook in Rosans, het dorpje hier vlakbij. We reden erheen, om een uur of elf, om te ontdekken dat de festiviteiten pas eind van de middag zouden plaatsvinden. Gelukkig was het plaatselijke café wel open, en we dronken een kop koffie tussen de Fransen die al aan de wijn en het bier zaten. Daarna liepen we een rondje dorp, beklommen de zeer oude toren vanwege het mooie uitzicht en daarmee hadden we het wel gezien.

Terug bij de tent lunchten we met het verse brood dat ik ’s morgens nog even gehaald had en verder deden we niets. Nou ja, niets, ik werkte het blog bij en begon aan een nieuw boek (Lessen in Chemie, een absolute aanrader!) en Bert las Landlijnen van Raynor Winn uit. We aten onze fameuze schaapherderspot, dat hoort erbij zodra we in Frankrijk zijn. Voor de liefhebbers hier het recept: snijd ongeveer gelijke hoeveelheden uien, vleestomaten en aardappelen in grove stukken Gooi alles in een pan met een paar bouillonblokjes, doe er wat water bij, breng aan de kook en laat het garen. Op je bord: versgemalen zwarte peper erover, een flinke schep crème fraîche erbij (de echte Franse, die is wat vloeibaar) en een klodder fromage frais erop. Supermakkelijk, ontzettend lekker en ook nog eens heel snel klaar.

Bon appetit! (Nee, geen foto's vandaag)

vrijdag 14 juli 2023

Dag 19 – donderdag 13 juli: Verclause (Camping Le Gessy)

Alleen op de wereld waren we, nou ja, bijna dan. Na de heftige avond van gisteren, met regen en onweer, sliepen we als rozen. Om half acht stak ik m’n hoofd uit de tent om te zien waar we nu eigenlijk terechtgekomen waren. Ik schrok er bijna van, zo onbeschrijfelijk mooi was het hier. In de verste verte geen medekampeerders te zien. Een uitzicht om je vingers bij af te likken. Voor onze tent konden we half in het zonnetje koffie drinken en ontbijten terwijl de tent in de schaduw stond. Beter kon het niet.





Omdat onze voorraad nu wel erg uitgeput raakte en we bovendien grote behoefte hadden aan Frans stokbrood reden we eerst naar de supermarkt in het dorpje. Of beter, gehucht want meer dan een paar huizen is het niet. Die winkel was er eentje om U tegen te zeggen, letterlijk dan want het was er een van de U-keten hier in Frankrijk. Je kon het er aan de buitenkant niet aan af zien, maar hij was enorm groot en ze verkochten er werkelijk bijna alles. Ernaast was een tankstation met de goedkoopste benzine die we tot dan toe gezien hadden, en je kon er zelfs de was doen in grote machines die op de parkeerplaats stonden. Tot 18 kg aan toe. We sloegen flink in, niet alleen brood maar ook allerlei lekkere hapjes en niet te vergeten fruit. Op het moment dat we weer weg wilden rijden moesten we flink wat geduld hebben, het was in verhouding tot de winkelgrootte een vrij kleine parkeerplaats waar aan de lopende band opstoppingen ontstonden. Iedereen blokkeerde iedereen, zowel bij in- als bij uitrijden. Uiteindelijk gebruikte ik zelfs de toeter om er een beetje beweging in te krijgen en na drie keer op de claxon gedrukt te hebben kwam er schot in de zaak.

We brachten de spullen naar de tent, stopten wat gekoeld moest in de koelbox en reden vervolgens door naar het plaatsje Rosans hier vlakbij, waar een VVV-kantoor zat. Daar werden we door een zeer bevlogen dame te woord gestaan. Eerst in het Frans, maar toen ze ons onderling Nederlands hoorde praten werd het direct in onze eigen taal voortgezet. Later vertelde ze dat ze ook Italiaans, Spaans, Duits en natuurlijk Engels sprak. Maar van origine kwam ze uit Nederland. We kregen hele goede informatie en een stapel kaarten mee. Ze wees ons op een demonstratie dezelfde middag, over het distilleren van lavendel. Na de lunch bij de tent en een korte siësta reden we dus daarnaartoe, niet ver van ons vandaan. Het eerste halfuur was nogal taai. De uitleg, in het Frans natuurlijk, werd gegeven door iemand die vast goed in z’n vak is maar duidelijk moeite had met het overbrengen van zijn enthousiasme. Gelukkig werd het na een half uurtje interessanter omdat hij toen daadwerkelijk liet zien hoe van 250 kg lavendel de olie gedistilleerd werd, in grote oude ketels die met hout gestookt werden. Overigens vond niet iedereen het de moeite waard; een vader van twee jonge meisjes die met hun moeder wél aandachtig luisterden en keken, was helemaal alleen achteraan gaan zitten zodat hij rustig en ongestoord spelletjes kon spelen op zijn telefoon.


Onderaan ons weggetje naar boven zat zoals gezegd restaurant ‘de Rode Slak’. Het was in april overgenomen door twee enthousiaste jonge jongens die een moderne keuken mixten met een Franse twist. We besloten daar maar te gaan eten op deze eerste dag. Ik nam vooraf een Oeuf Cocotte en Bert, tja, ik kan het niet anders zeggen, at maar liefst 12 slakken die er ook echt uitzagen als….slakken. Ik kon er nauwelijks naar kijken. Maar daarna ging hij op de vegatour, met grote ravioli gevuld met paddenstoelen en voorzien van een goddelijke roomsaus met boleten, en at ik een fantastisch verse rundertartaar, echt vlees met de hand in hele kleine stukjes gehakt en verrukkelijk aangemaakt met o.a. kappertjes, die ik zelf met een rauw ei moest aanmengen. Meestal durfde ik zoiets niet in verre oorden, en al zeker niet in deze hitte, maar dit zag er allemaal zo goed uit dat ik voor één keer de sprong waagde. Allemaal lokale producten trouwens (van die slakken geloof ik dat zeker, die heeft iemand gewoon uit z’n tuin gevist…aaarrgggh). Bij de tent genoten we van de zonsondergang, de mooie lucht, het uitzicht en een glaasje wijn. Alleen op de wereld.








Dag 18 – woensdag 12 juli: Valle Maira – Verclause (Fr)




Buurman Bert vertelde gisteren, naast allerlei andere prachtige verhalen, echt een rasverteller, dat de Col de Preit gewoon open was. We konden dat best rijden, helemaal eroverheen. Dan kwam je in Demonte waar je heerlijk ijs kon eten, en dan via Dronero weer terug. Uit en thuis zo’n uurtje of drie. Zonder te stoppen dan, dus dat zou wel een dagtripje zijn. Maar ja, we wilden vandaag naar Frankrijk. Toch begon het vanmorgen vroeg te knagen, zoiets moois laten lopen? Ach, we blijven nog een dag. Wat maakt het uit.

Vrij vroeg, voor ons doen dan, reden we naar boven. Een heel andere rit dan naar de Col de Sampeyre, ook met veel minder verkeer. Het was vanaf het begin mooi en ook goed te doen voor iemand met hoogtevrees. Dat wil zeggen, totdat we écht omhoog gingen. Er was een grasveldje waar je kon parkeren maar daar waren we allang voorbij, hoger en hoger, de ene haarspeldbocht na de andere. Hoewel ik zelf reed en dan meestal wel meer aankan zag ik het opeens niet meer zitten. We keerden dus, zetten de auto op genoemd grasveld en genoten van de schoonheid om ons heen. Velden vol bloemen, overal om ons heen. We konden er geen genoeg van krijgen. Wat een plaatje, alweer.




Na een klein uurtje reden we terug, het was iets van half twaalf. Opeens kreeg ik de kriebels; waarom gingen we niet alsnog weg? Zo gezegd zo gedaan, en om kwart voor een reden we gepakt en gezakt richting Franse grens. Deze tocht zou helemaal binnendoor gaan, naar een klein plaatsje genaamd Verclause. Daar had ik een camping gevonden op de site van de NTKC (kampeerclub.nl), Camping le Gessy, waar nogal enthousiast over gesproken werd. Iets met heel veel rust, ruimte en uitzicht. Om in Italiaanse sferen af te ronden dronken we nog een cappuccino op een terrasje bij een klein tabakswinkeltje, waar wat mannen aan het bier zaten. Betere cappuccino hadden we nog niet gehad! En dat voor €1,10…

Binnendoor rijden betekent niet opschieten, maar dat hadden we ingecalculeerd. Of beter gezegd, de navigatie had dat gedaan. Rond een uur of zes zouden we aankomen, dat leek ons geen probleem. Onderweg passeerden we de grens, die lag precies bovenop de Maddalena Pas. Daar moesten we echt uitstappen, niet alleen omdat we er al meer dan twee uur op hadden zitten maar vooral omdat het ook daar weer zo onwerkelijk mooi was. Al met al bleven we er zeker een half uur rondlopen en de camera maakte overuren. 










Tja, en toen waren we opeens in Frankrijk. Hoe is het toch mogelijk dat er zo’n verschil is tussen beide landen…het was direct een heel andere sfeer. Gezellige dorpjes, veel mensen op de been, winkels in overvloed. Vooral in de buurt van de grens was het druk, later werd het rustiger. Ook op de weg. Tegen zeven uur dirigeerde de navigatie ons van de weg af en een klein landweggetje in dat meteen flink omhoog liep. Na meerdere haarspeldbochten kwamen we op de plaats van bestemming: de begraafplaats! WTF….Nee, nog niet onze bestemming hoor! Naar beneden maar weer. De navigatie van Google Maps stuurde ons een stukje verder door, en dan daar afslaan. Vertwijfeld keken we naar de rode slak voor onze neus. Geen echte, maar een restaurant genaamd L’Esgargot Rouge. Maar een verwijzing naar een camping? In geen velden of wegen te zien. Ten einde raad besloot ik de bellen, en in mijn beste Frans legde ik uit dat we onderaan een weg stonden maar niet wisten hoe we naar de camping konden komen. Toen ik uitgepraat was vroeg de stem aan de andere kant: ‘Shall we speak English?’ Goed idee inderdaad, mijn Frans was nog een beetje roestig na al die tijd in Italië. De eigenaar, die Flo bleek te heten, was net zijn baby-dochtertje in bad aan het doen maar zou ons binnen vijftien minuten op komen halen. En dat deed hij, na een klein kwartiertje kwam er iemand op een quad met hoge snelheid de berg af, stopte vlak voor onze neus en zei: ‘Hi, I am Flo!. ‘Welcome in paradise!’. Hij had volledig gelijk. We geloofden onze ogen niet, zo mooi was het terrein dat maar liefst 10 ha groot was. En wat een kampeerplaatsen, zo vrij als een vogeltje was je hier. De dichtstbijzijnde tent/caravan stond minstens 300 meter verder.

Inmiddels was het tegen half acht maar nog meer dan licht genoeg. Flo liet ons drie potentiële plekken zien, één ervan achtte hij het meest geschikt gezien de hoge temperaturen die eraan zaten te komen. Wij waren het met hem eens, en nadat hij ons, onder de toezegging van een verlengsnoer (dat van ons was met 20m veel te kort) liet hij ons achter. Intussen hadden dreigende wolken zich met veel overtuiging samengepakt boven ons hoofd. De hele dag geen wolkje aan de lucht, en net als je de tent op wilt zetten krijg je dit. In vliegende vaart probeerden we ons katoenen huis omhoog te trekken en er wat pennen in te slaan. Wat nog niet meeviel, allemaal rots hier. Maar hij stond koud of het begon te plenzen. In de auto wachtten we tot het ergste voorbij was, gooiden snel slaapmatten en – zakken erin en slaagden er zelfs in de keukenspullen min of meer droog op hun plek te krijgen.

Nu was er nog één puntje van aandacht: we hadden nog niet gegeten. Door onze snelle aftocht was dat er geheel bij ingeschoten. Gelukkig hebben we altijd een noodrantsoen bij ons, iets dat je in een paar minuten op kunt warmen of desnoods koud eten (dat is dan wel heel vies). Uit onze voorraadkast thuis had ik een blik labskous meegegrist dat we vorig jaar in Noorwegen gekocht hadden, voor je-weet-nooit. Dat is een mengsel van gezouten vlees, aardappelen en uien. Het zag eruit - voor zover ik het kon zien, het was nu echt donker – als blikvoer voor een hond. Of erger, vul zelf maar in. Maar we hadden het snel opgewarmd en eigenlijk was het goed te doen. In elk geval konden we met een gevuld buikje gaan slapen. Morgen maar eens kijken wat ons uitzicht is.

donderdag 13 juli 2023

Dag 17 – dinsdag 11 juli: Valle Maira

Ouderen gaan terug in hun kindertijd. Nu rekenen wij onszelf absoluut niet tot die doelgroep, maar vandaag begonnen we toch wat te twijfelen.

Omdat de Col de Preit gesloten was, zo stond op het bordje onderaan de weg, en we hier niet de hele dag voor de tent wilden blijven zitten togen we eerst naar Dronero om onze ontbijttoastjes te halen, hier crostini’s geheten, en daarna wilden we naar Villar San Costanzo alwaar bijzondere rotsformaties te zien waren.

Bij de eerste supermarkt in Dronero waren de crostini’s uitverkocht, alleen de volkoren versie stond nog in het schap. Die namen we dus maar mee, hoewel we die niet zo lekker vinden. Bij de tweede poging, bij de Spar, zagen we ze ook niet. Niet bij de andere twintig soorten toast, niet bij de ontbijtspullen, niet bij de zoutjes. We wilden net weggaan en stonden al vlakbij de kassa toen ik me even omdraaide: bingo! Op een volstrekt onlogische plek, tezamen met pleisters en witte wijn.

Hierna reden we naar de ciciu, zo heten ze hier; wij kennen deze stenen paddenstoelen als hoodies (nee, niet de capuchontruien) uit Amerika, daar hebben we ze in vele soorten en maten in verschillende parken gezien. Bij de ingang van het park moesten we – natuurlijk – entree betalen. Voor niets gaat de zon op. Je kon twee routes lopen, een korte van ongeveer een kilometer en een lange van tweeënhalf uur. Aangezien het inmiddels 35°C was kozen we voor het eerste. We liepen langs de picknickplaats naar beneden waar het pad begon. Al snel maakten we een behoorlijke afdaling, niet echt een pad maar meer een uitgesleten beekbeddinkje. Heel smal en lastig lopen. Opeens zag ik, in een hoekje, een kabouter staan. Heel groot en kleurig. Huh? Ok, zal wel. Leuk voor kinderen. We liepen door. Na deze afdaling kwamen we op een soort van bospad uit dat we bleven volgen. Opeens: een wolf! Ik vroeg me af of we misschien in de Efteling verzeild waren geraakt. Intussen geen hoodie te zien. Na de wolf kwamen achtereenvolgens de uil, de geit, de raaf en nog zo wat dieren tussen de struiken tevoorschijn. Verder stonden nergens aanwijzingen, en cicu’s waren in geen velden of wegen te bekennen. In de verte hoorden we kinderstemmen en na enige tijd verscheen er een vader met zijn twee zoontjes. Hij was verkeerd gelopen en dacht nu weer het goede pad gevonden te hebben. Het sprookjespad voor kinderen, wel te verstaan. In gebroken Engels deed hij heel veel moeite ons uit te leggen hoe we terug moesten komen, en na nog een keer een verkeerd pad genomen te hebben kwamen we terug bij ons uitgangspunt. Daar zagen we het pad dat we wél hadden moeten nemen, en we liepen er een klein stukje van tot we de eerste stenen paddenstoelen zagen. Vanwege de hitte, en omdat we al vaker zulke bijzondere beeldhouwwerken van moeder natuur hadden mogen aanschouwen, lieten we het daarbij.



Busca, een grotere plaats, lag een paar kilometer verderop. Daar konden we vast wel iets drinken dachten we. Nou, vergeet het maar. Ik weet niet wat het is hier in Italië, maar ook na de traditionele middagrust vertoont zich hier niemand op straat. Alles was dicht en verlaten. Wel twee leuke details zomaar in een muur:



We reden terug naar de tent. Daar hadden we een nieuwe buurman gekregen die ook Bert bleek te heten. Hij was niet alleen maar had gezelschap van een allerliefst en leuk Maltezer Leeuwtje. Dat heeft niets met wilde dieren te maken, maar alles met een klein hondenras. Hij nam haar mee op de motor, voorin, in een mandje waarop hij een ingenieus scherm-met-kijkruitje had geknutseld zodat ze geen last van de wind had maar wel naar buiten kon kijken. Die motor was elektrisch. Hij had hem meegenomen in de kleinste Kip caravan die er bestond. Zo kon hij ter plekke ritjes maken. Erop van en naar Nederland rijden was geen optie gezien de actieradius van 200/250 km, en dit was een goede oplossing nadat hij zijn zware motor van de hand had moeten doen. Coba, het hondje, zou het allemaal worst wezen. Zij vond het prachtig en dat was dat.



Morgen gaan we hier weg, Frankrijk lokt.

O ja, even terugkomend op het begin: dat we, zo jong als we zijn, vandaag toch voor het kabouterpad gekozen hadden, zou dat iets zeggen over ons??








dinsdag 11 juli 2023

Dag 16 – maandag 10 juli: Valle Maira

Alle ontbrekende foto's zijn nu toegevoegd, vanaf dag 11!

Het was warm. Heel warm. En eigenlijk nog warmer. Normaal gesproken ga je dan vroeg op pad als je wilt wandelen, zodat je de ergste hitte voor bent. Maar dat is ons nog nooit gelukt, wij zijn blij als we vóór twaalf uur ter plekke zijn. Ja, dat is op het heetste punt van de dag. Zo ook nu: om precies twaalf uur waren we startklaar om een korte wandeling van zo’n 4,5 kilometer te lopen vanuit het dorpje Acceglio. Eerst hadden we nog wat informatie gehaald bij het Tourist Office ter plekke, waar we te woord gestaan werden door een dame die geen Engels sprak en ook nauwelijks Duits. Heel handig voor een toeristenbureau waar, hoe gek, veel toeristen komen waarvan een aanzienlijk deel uit het buitenland. Maar goed, gewapend met de nodige kaartjes zochten we het pad dat naast de kerk begon. Eerst hadden we al wat rondgedwaald in dit kleine bergdorpje en nu gingen we naar boven. Het pad was gemarkeerd door een blauwe streep. Die zagen we niet. Maar met behulp van de app AllTrails konden we toch het begin vinden. Dat ging langs een weiland, en toen omhoog. Er stond een rode auto geparkeerd die het pad volledig blokkeerde, kennelijk was het niet veel belopen. We slaagden erin om de auto heen te komen en begonnen vol goede moed aan de tocht omhoog, door het bos. Het eerste stuk ging prima, en Bert ontwaarde zelfs iets van een blauwe markering die echter zo overgroeid was dat die ontdekking puur toeval was. Opeens stapte ik in het water. Ach, een beetje nat, kan gebeuren. Maar allengs werd het erger en erger, tot we tot over onze enkels in de modder zakten. Het was gewoon smeltwater wat daar naar beneden kwam en zich vermengde met zand, bladeren en stenen, en we moesten nog een heel eind naar boven. Ik zei het al, het was meer dan warm. We namen een uitstekende beslissing: we keerden om. Geen zin om dit onzekere traject in te gaan in de bloedhitte.

We stapten in de auto en reden naar het volgende dorpje, Chiappera. Ons aanbevolen door onze gids-op-afstand in Berkenwoude. Echt een mooi en fotogeniek dorpje waar we enige tijd bleven rondlopen. Dat kwam ook omdat we op zoek waren naar Campo Base, een ook per auto bereikbare berghut waar ze volgens onze gids Willem behalve iets te eten ook wifi hadden. Dat zou zeer welkom zijn, dan kon ik alle foto’s eindelijk laden. We zagen wel iets van een ristorante, maar dat was dicht. Uiteindelljk bleek dat we niet goed gekeken hadden, we moesten een eindje verderop zijn. Er was ook een camping, daar parkeerden we de auto. Die camping zag er keurig uit, ons iets te keurig zelfs, maar als je na een lange tocht daar je tentje op wilde zetten was het beslist een oase. Temeer omdat de hut, die meer leek op een gewoon restaurant, er vlak boven was. We liepen er dus naartoe en werden geholpen door een aardige jongen die voor de verandering nu eens wél Engels sprak. Hij zou de menukaart – nou ja, er stonden een paar gerechten op een krijtbord – wel even voor ons vertalen. Het eerste gerecht dat erop stond was insalatino met cereales en verdure. Enigszins verbaasd vroeg ik ‘Sla met cornflakes’? Hij schoot in de lach, nee natuurlijk niet. Maar hij begreep de verwarring. Omdat ik heel veel behoefte had aan iets lichts en verfrissend leek het me in elk geval een goede keuze. Bert nam de pasta met ragú, daar kun je hem voor wakker maken. Met een karaf water en lemon soda voor ons allebei als drinken.

Al snel kwam het eten op tafel. Het moet gezegd, het zag er prachtig uit, die insalatino. Echt een tip: doe gerechten in een ring voor je ze opdient. Heel makkelijk, en iedereen denkt dat je minstens twee dagen in de keuken gestaan hebt. Ik nam een hap, en nog een, en toen begonnen mijn oren langzaamaan te groeien. Al snel volgden mijn tanden, en ook mijn bovenlip begon vreemde vormen aan te nemen. Ik werd een konijn! Het leek werkelijk op konijnenvoer, met heel veel pitten en zaden. En daar ben ik sowieso al geen fan van. Het piepkleine cherrytomaatje dat in vieren gesneden toegevoegd was voegde niets toe, evenmin als de drie flinterdunne plakjes radijs. Ik heb mijn best gedaan maar moest toch een deel laten staan. Met de ragú daarentegen had Bert geen enkele moeite. De toetjes, semifreddo van noga voor Bert en een stuk zandtaart (dat was het niet helemaal maar ik kan het niet anders omschrijven) met bosbessensaus voor mij, waren verrukkelijk. We kregen er de Lemon Soda bij geserveerd, de Italiaanse Engelsman was het helemaal vergeten. Een dikke plus was dat de wifi zo snel was dat ik in no time de foto’s geladen had. Heel fijn!


Insalatino met cereales...





Foto's zijn van Chiappera

Geheel voldaan keerden we terug naar onze tent waar we het gebruikelijke ritueel volgden van lezen en bloggen, met later een glaasje wijn en een stukje kaas. Intussen hadden we ook onze plannen aangepast. We bleven nog een dag extra hier. Overal werd het zo ontzettend warm, zeker ook in het gebied in Frankrijk waar we naar toe wilden, dat het ons niet verstandig leek. In de hitte een tent opzetten is bepaald geen pretje. En we staan hier zo mooi, altijd schaduw en ’s nachts redelijk koel, jammer om dat nu op te geven.

’s Avonds gaven de vuurvliegjes weer een spetterende show ten beste, wat wil een mens nog meer?

maandag 10 juli 2023

Dag 15 – zondag 9 juli: Valle Maira

'Schlafen Sie gut??’
‘Wass meinen Sie?’
‘SCHLAFEN SIE GUT?’

Ik begreep er niets van. Wat bedoelde ze, die dame van het pension in Duitsland die ik aan de lijn had? We spreken over 1994, en op weg naar ons vaste wintersportadresje in Oostenrijk wilden we een overnachting plannen. In het boekje ‘Weg van de snelweg’ had ik dit Gasthaus gevonden, in het plaatsje Wachtenroth tussen Würzburg en Neurenberg. Uiteindelijk had ik het, via een krakende telefoonlijn, voor elkaar dat ze twee kamers voor ons reserveerde. Eenmaal ter plekke werd duidelijk waarom de vraag gesteld was, het was vrijdagavond en dan kwamen alle dorpslui voor hun kaartavond met bijbehorend biertje. En bij één bleef het natuurlijk niet. De kamers waren direct boven de gelagkamer en we zouden wel eens last kunnen hebben van het lawaai. Er was nog een dependance, iets verderop, en als we slechte slapers waren had ze ons daar geplaatst. Maar het was helemaal goed, net niet gratis, een goede keuken en vooral donker bier uit de tap. Ik meen dat we omgerekend €15  inclusief ontbijt per kamer betaalden.

Waarom kwam dit nu bij me op? Toen we ons hier op de camping meldden was de eerste vraag ‘hoe groot is jullie tent?’ Ehh…geen idee…’Hoe groot is jullie tent???’ Nou, misschien een meter of vijf? ‘Ja, maar hoe groot dan?’ Tja, zo kwamen we niet verder. Toch liep de eigenaresse met ons mee om ons wat voorstellen voor plekken te doen, en zo kwamen we op een mooie plek onder de bomen terecht. De vraag was voortgekomen uit de drukte die het naderende weekend zou brengen, en zoals ik al schreef stond het vanaf vrijdagavond inderdaad goed vol met tentjes, al dan niet op een autodak. Maar ondanks dat was er nog meer dan genoeg plek. Nu, twee dagen later, is driekwart van het terrein weer leeg.

Nog nooit waren we ergens waar alles zo goed onderhouden werd. Het sanitair werd minimaal 2 per dag grondig geboend, en gedurende de dag nog een aantal keren iets minder grondig. Spic en span. Ook het terrein zelf werd regelmatig geharkt zodat niemand zich kon verstappen op een losliggende dennenappel. Je kon in de bar kleine hapjes bestellen, en voor de lunch namen we allebei een dikbelegde panini mee naar ons eigen tentterrasje.

Wijs geworden na de drukte van gisteren besloten we nergens naar toe te gaan, maar lekker lui te blijven lezen bij de tent. Alleen in de loop van de middag zijn we even naar de overkant gelopen waar het avonturenpark is. Daar zaten veel families te picknicken op het gras, terwijl hun kinderen halsbrekende toeren uithaalden op de aangelegde klimparcoursen. Sommige volwassenen hadden kennelijk al ervaring en hingen letterlijk aan de hoogste bomen om dan in vliegende vaart aan een tokkelbaan naar de andere kant te komen. Het was echt een leuk gezicht maar ik was blij dat ik op de grond kon blijven staan.

Tegen het vallen van de avond aten we een kommetje veldsla met mozzarella, knoflook en gesmoorde paddenstoelen. Beetje vreemde combinatie maar het smaakte goed. Tegen bedtijd vroegen we ons voor de zekerheid nog een keer af: slapen we goed??










En dan hier de kaart met de uiteindelijke route, onze overnachtingsplekken met rood onderstreept