zaterdag 8 juli 2023

Dag 13 - vrijdag 7 juli: Park Camping Valle Maira

Helaas nog steeds geen foto's, dat zal nog wel een paar dagen duren.

Stel, je bent moeder van een tweeling van anderhalf jaar. Om er zeker van te zijn dat je dat onthoudt heb je dat in lettergrootte 144 op je arm laten tatoeëren: mama of twins. Stel, je zit in een drukke bus. Een van de tweelingmeisjes kijkt op je telefoon een filmpje. Het filmpje is afgelopen en het meisje begint te brullen. Je pakt de telefoon af en ze gaat nog harder brullen. Het zusje kijkt ernaar met een uitdrukkingloze blik in haar ogen. Stel, je wilt het huilen stoppen. Wat doe je dan? Hieronder drie opties:

1. Je geeft haar een mep
2. Je geeft haar een flesje met water
3. Je geeft haar een ballpoint.

Nou? Wat wordt het? Optie 3! Het werkte direct, en op het moment dat ze de bus verlieten had het kind zichzelf voorzien van tatoeages over haar hele lijf. Met pen. Nog een geluk dat ze haar zusje geen oog had uitgestoken. Je maakt wat mee in de bus naar Venetië. Maarre….jullie zaten toch al ergens in Piemonte? Klopt, maar dit verhaal wilde ik jullie niet onthouden.

Op aanraden van onze vrienden uit Berkenwoude reden we naar Marmora, een kilometer of vijf hier vandaan. Zij hadden daar zelf begin juni gezeten en konden ons van allerlei nuttige informatie voorzien. Zoals dat gaat in de bergen zijn de wegen – of liever weggetjes – smal en bochtig dus we moesten af en toe bijna de afgrond induiken als er een tegenligger aankwam, maar toch kwamen we veilig waar we wezen wilden. Er was een vrij luxe uitziend restaurant met een klein museumpje erbij, waar allerlei gereedschappen en attributen uit vroeger tijden te zien waren. Het lag gewoon buiten en hing aan de muren, dus in die zin was van een echt museum geen sprake. Het lag er in elk geval schitterend, met een ansichtwaardig uitzicht. Daarna reden we verder door naar boven en uiteindelijk maakten we een hele ronde door dit prachtige gebied.


’s Middags reden we de andere kant op, op weg naar een kaasmakerij. Ook die lag hoog in de bergen. Gelukkig voor ons zagen we aan de kant van de weg een bar annex winkeltje waar ze ook lunch serveerden, en dus schoven we voor de zoveelste maal aan voor een lekker hapje. De schade was deze keer €13, en daarvan was €2,50 voor de Fanta van Bert omdat de gewone citroenlimonade op was. Aldus gesterkt gingen we voor de tweede keer omhoog, op zoek naar die speciale Italiaanse kaas. Nou, al wat we zagen, geen kaasmakerij. Dat wil zeggen, ergens vonden wel het vermoedelijke huis, maar alles zat potdicht. Dan maar weer naar beneden. Bij de het winkeltje naast de bar van de lunch kochten we drie verschillende soorten kaas uit de streek, dat verkochten zij namelijk ook. We haalden er brood bij en namen allebei een ijsje.

Terug bij de tent, het was inmiddels al een uur of vijf, hielden we onze eigen kaasproeverij. Zonder meer allemaal prijswinnaars, niet in de laatste plaats door de begeleidende Pinot Grigio.

’s Avonds werden we getrakteerd op een dansvoorstelling van duizenden vuurvliegjes die daar ongetwijfeld dagen voor gerepeteerd hadden. Zo mooi!


Een broodoven die zo te zien nog in gebruik was,
waarschijnlijk wel voor recreatieve doeleinden
te oordelen naar het grote vakantieverblijf er tegenover









vrijdag 7 juli 2023

Dag 12 – donderdag 6 juli: Venetië – Valle Maira

Droog! De tent was helemaal droog, zelfs geen dauw. Dat is in Europa vrij uitzonderlijk. Het was zeven uur ’s morgens. Als een speer pakten we alles in, dat ging heel vlot, en om kwart voor acht zaten we aan de koffie. Onze eigen wel te verstaan, we konden nog koffie zetten. Om half negen reden we weg. Omdat we altijd de bus pakten hadden we het niet eerder gezien, maar nu zagen we het wel: op een paar honderd meter afstand, de andere kant op, was het dorpje Mira waar je werkelijk alles kon krijgen. Er was zelfs een Lidl. Maar ja, als je zo lekker kunt eten op de plaats van bestemming, waarom zou je dan nog boodschappen doen?

Het was druk op de weg. Met de Bip&Go konden we bij de tol echter zo doorrijden, ideaal. We waren koud een uurtje onderweg toen we de lucht voor ons wel erg zwart vonden worden. Niet veel later werden we getrakteerd op noodweer, bepaald geen pretje op de snelweg. Vooral niet omdat het zo ontzettend druk was met heel veel vrachtverkeer. Na een uur of twee stopten we even voor een kop koffie, en ik nam het stuur over. Zodra we van de A4 afsloegen naar de A 21 werd het beter, en dat bleef zo. Wat wel opviel was dat echt helemaal niemand zich aan de snelheidsbeperkingen bij wegwerkzaamheden hield. Je mocht daar officieel maar 60 km rijden maar de norm lag twee keer zo hoog.


Op een goed moment gingen we binnendoor verder. Daar zag ik een bakker aan de kant van de weg en we stopten om brood te kopen voor de lunch. Er bleek een klein restaurantje naast te zitten, met allemaal werklui die pauze hadden. Niks brood, aan een formica tafeltje kregen we een bord fusilli met room, ham, doperwten en Parmezaan. Flesje water erbij, klaar. En lékker! De kassa gaf €14 aan.

Na deze onverwacht bijzondere ervaring haalden we toch wat brood, vast voor morgenochtend. Er lagen ook allerlei andere heerlijkheden in de vitrine, en we namen naast twee vruchtentaartjes ook twee kletskoppen van hazelnoot mee. Die waren om je vingers bij op te eten, zei de mevrouw achter de toonbank.

Het laatste stuk ging dwars door de bergen. Op de hellingen zagen we kleine dorpjes, de bijzonder gebouwde kerktorens staken er bovenuit. Een mooie groene vallei, die Valle Maira. Wel vrij smal, we vroegen ons af hoe hier in ’s hemelsnaam een camping zou kunnen liggen. Maar hij was er toch, opeens, na een bocht. Een stukje lager dan de weg en aan een snelstromend riviertje. We mochten zelf een plek uitzoeken en dat werd een mooi vlak stukje grond onder de bomen. Het woei wel als een idioot zodat we alle stormlijnen vast moesten zetten. Ach, daar zijn ze voor.

We installeerden ons, dronken in de tent een glaasje en met een kletskop erbij waren we klaar voor nieuwe avonturen.






Dag 11 – woensdag 5 juli: Venetië

Als je met je ov-kaart in Nederland in de trein stapt, moet je eerst inchecken. Dat geldt hier ook. Je hebt dan wel een kaartje gekocht, maar altijd voor je de drijvende wachtkamer binnenstapt moet je je pasje voor de scanner houden. Tja, en dat was de Canadees (die van het pensioen) vergeten. Of, beter gezegd, hij dacht dat de aanschaf van een dagkaart voldoende was. Tot er controle kwam. Naast de €50 die hij en zijn vrouw voor de dagkaart hadden betaald kwam er nu nog datzelfde bedrag aan boete overheen. Hij liet aan de controleur zijn bonnetje zien, nog geen uur geleden gekocht, maar het mocht niet baten. ‘Ik doe gewoon mijn werk’, had de beste man gezegd. Zelf zijn we al die dagen trouwens maar één keer gecontroleerd.

Vandaag hadden we een rustdag. Na drie dagen op rij sjouwen in de hitte, hoe leuk ook, was het tijd voor een wasje, uitgebreid douchen en vooral een beetje lummelen en lezen. Dat was dus precies wat we deden. Aan het eind van de middag brachten we vast wat ordening aan in de kampeerspullen, morgenochtend vertrekken we vroeg naar Piëmont. Dwars door Italië, richting Franse grens. Dan moeten we deze fijne plek verlaten. Vooral het tentenveld is zo mooi, met allemaal verschillende grote bomen. We stonden onder witte esdoorns en enorme trompetbomen. Die laatste hebben hele grote bladeren en een dicht bladerdak, waardoor ze goed schaduw geven. We aten voor het laatst in het restaurantje. Bert nam er voor de derde keer de spaghetti carbonara die werkelijk uitstekend gemaakt was, zoals het hoort met ei in plaats van room. Ik sloot af met een simpele pizza, o zo lekker. Het toetje liet ik deze keer aan mij voorbij gaan maar Bert kon de merengue gevuld met vanillecrème echt niet laten staan. Met een halve liter witte wijn spoelden we alles weg en voor dit alles tikten we €30 af.

Morgen vroeg op en hopelijk droog inpakken. Ciao, La Serennisima!



woensdag 5 juli 2023

Dag 10 – dinsdag 4 juli: Venetië (Biënnale dag 2)

Tsjechen, Slovaken, Oostenrijkers, Italianen, Belgen, Fransen, Nederlanders en nog zo wat andere nationaliteiten: je vindt ze allemaal hier op de camping. Wat je noemt een internationaal gezelschap. Je zou denken dat het heel lawaaierig is, maar het tegendeel is waar. Na 22.00 is het overal stil, evenals overdag maar dan is iedereen op pad. Er zijn veel tentkampeerders en ook de daktenters laten zich niet onbetuigd, ik telde er vanmorgen zes op het kleine stukje naar het sanitairgebouw. De hype die enkele jaren geleden begon heeft zich doorgezet. Nu laat praktisch iedereen hier de auto – en dus de tent – staan, maar als je er regelmatig op uittrekt lijkt het me wel een heel gedoe. Je moet elke keer alles opruimen en inklappen. Vandaag viel het me voor het eerst ook op dat je in zo’n tent niets kunt opbergen. Alles staat dus buiten, naast de auto. Als het regent, wat het vannacht deed, moet je dat ook allemaal weer ergens opbergen.
Net als in Slovenië zagen we hier trouwens ook veel Berlingo’s. Vaker de Citroën-variant dan de Peugeot Partner, van dezelfde fabriek. Kennelijk zijn er hier meer mensen geporteerd van dit kleine vrachtwagentje dan in Nederland. We vallen in elk geval niet op.

Vandaag gingen we het tweede deel van de Biënnale bezoeken: in het Arsenal. Waar het in het Giardini uit allemaal verschillende paviljoens bestond ging het hier om een enorm langgerekt gebouw waarin de vele projecten rondom het thema Future gepresenteerd werden. Het voert te ver om ze allemaal van uitleg te voorzien, dus ik volsta met tekstloze foto’s. Er waren o.a. heel veel maquettes, de een nog mooier dan de andere. Veel digitale presentaties ook. Het kostte ons bijna drie uur om alles in deze voormalige wapenopslag te zien. Er kwam geen eind aan. In positieve zin dan, het was geweldig. ’s Morgens hadden we in een supermarktje wat eten en drinken ingeslagen bij wijze van lunch, en dat aten we lekker buiten op. Nadat we ook de bovenverdieping meegenomen hadden kwamen we in het buitengedeelte terecht. Dat betekende veel lopen in de zinderende hitte, maar het was het waard! We moesten natuurlijk ook nog terug. Door diezelfde hitte. Daar had de organisatie wat op gevonden, er waren van die Schiphol-wagentjes ingezet en een vriendelijke dame reed ons, alsof de duivel haar op de hielen zat, in no time naar de uitgang die toch drie kilometer verderop was. Waarschijnlijk was ze altijd blijven dromen van een carrière als autocoureur.

Deze keer namen we direct de goede boot, en om vijf uur pakten we de bus terug. Op het nippertje konden we een paar stoelen helemaal achterin confisqueren. Naast ons zat Ilja Pfeiffer. Althans, daar leek hij sprekend op. Vlakbij ons lurkte een stel Duitsers aan grote flessen bier. Ik herinnerde me opeens dat we dat in Berlijn ook vaak zagen, bier drinkende mannen (ja, altijd mannen) in de metro. Eén keer was er eentje zo straal bezopen dat hij alles liet lopen. Toen hij uitstapte bleef er een kletsnatte plek over op het bankje.

De bus reed, zoals alle bussen hier, keihard. Het was een kwestie van goed opletten, want voor je het wist was je de camping voorbij. Precies op tijd drukte Bert op de stopknop, en precies niet op tijd stopte de bus. Dat wil zeggen, hij stopte een halte te laat. Hadden wij weer. We besloten maar terug te lopen, het was niet zo heel ver. Wel met gevaar voor eigen leven want het was een smalle weg waarvan iedereen kennelijk dacht dat het Circuit Zandvoort was. Maar het was te doen, en deze keer waren we al om zes uur bij de tent. We aten weer bij het restaurantje, er wordt zo lekker gekookt dat je wel gek zou zijn om dat over te slaan. Koken? Zelf? Welnee!

































Dag 9 – maandag 3 juli: Venetië (Murano)

Met een plof zakte hij neer op de bank tegenover ons. Rood en verhit. We zaten op de boot naar Murano, een van de kleine eilandjes bij Venetië. Onze bootkaart was ook vandaag de hele dag geldig, en omdat de Biënnale vandaag gesloten was hadden we besloten aan eilandhopping te doen. Eerst naar Murano, dan naar Burano en eventueel nog naar het veel kleinere Torcello.

Het bleek een Canadees, de man die eruit zag alsof hij zojuist de marathon had gelopen. Natuurlijk wilde hij weten waar we vandaan kwamen en wat we gingen doen. En of we nog werkten? Hijzelf was net een jaar met pensioen, en dat beviel hem uitstekend. Zijn vrouw, die zich verscholen had in de krochten van de boot, moest nog zes jaar en zat dat tenenkrommend uit. Hij was docent geweest op een middelbare school waar hij natuurkunde en Frans gaf. Zijn vrouw gaf ‘les’ in de kinderopvang (bij ons heet dat een pedagogisch medewerker). Hij vond dat de pensioenleeftijd veel te hoog was en snapte niet waarom mensen zo lang door moesten werken. Tot welke leeftijd dan? Tot 55 jaar…dus zijn vrouw was 49! Toen ik vertelde hoe dat bij ons en de meeste omliggende landen geregeld was viel hij bijna van de bank. Barbaars, vond hij.

Inmiddels hadden we het systeem van de bootdiensten aardig door. Waar we nog niet aan gewend waren was de manier waarop je óp die boot moest zien te komen. Niks rij, niks achter aansluiten. Er was maar één manier: dringen. Alsof ze allemaal tegelijk een brandend voetbalstadion moesten verlaten, zo probeerden de mensen een plekje te veroveren. De vergelijking met volgestouwde vluchtelingenboten drong zich aan me op, en meteen was mijn chagrijn verdwenen. Op geen enkele manier te vergelijken natuurlijk. Dit was een keuze, een luxe keuze. Dan neem je het dringen en het staan voor lief.

De boot deed er ongeveer een uur over. Eenmaal aan land op Murano waren de mensenmassa’s gauw verdwenen. Wij gingen linksom, de meesten rechtsom. Direct bij aankomst stonden er proppers om ons de glasblazerijen binnen te lokken. Dit is namelijk het eiland van het glas. We lieten ons niet verleiden en verkenden de rustige straatjes. Net als in Venetië loopt er ook hier een Canal Grande door de bebouwing, een mini-uitvoering van de grote stad. En ook net als daar, en in alle andere toeristische steden ter wereld, werd je doodgegooid met winkeltjes met de plaatselijke specialiteit, glas in dit geval. Vermoedelijk voor het grootste deel made in China.

Bij een klein ijs- en koffiebarretje stopten we voor een, jawel, bakje koffie en een ijsje. De man achter de toonbank waarschuwde: buiten is het duurder hoor! Ok, prima. We wilden hoe dan ook even zitten, en in plaats van €2 zou de koffie 2,20 zijn, daar zouden we niet van wakker liggen. Het was een leuk plekje, er kwam van alles langs. Zo ook een dame met schoenen aan waar ze niet op kon lopen, hoewel ze het dapper probeerde. Maar ze dienden een heel ander doel, die schoenen: na elke tien meter strompelen zette haar vriendin haar in een modieuze stand op de foto. Het kan verkeren.
Ik ging naar binnen om af te rekenen en vroeg voor de zekerheid even na of de rekening wel klopte, €16. Ja hoor, de koffie was €5. Ach, die dingen gebeuren. Het kan altijd erger. Ooit, in Canada, betaalden we nog vele malen meer. Zie hiervoor deze link: https://www.reizenmetenzondertent.com/2011/08/dag-20-6-augustusvan-clinton-naar.html

Een van de bezienswaardigheden in Murano was de basiliek San Donato. Het was wel een eindje lopen, in de hitte die inmiddels tot categorie ‘snoei’ verheven was. We kwamen onze buurtjes van de camping tegen, een stel jonge Fransen met een allerschattigst dochtertje van elf maanden. Juliette, heette ze, en ze toverde onmiddellijk haar grootste glimlach tevoorschijn toen ze ons zag. Ik sla nu even een zijpaadje in voor ik verderga. Mocht je van plan zijn met kinderen jonger dan 10 jaar naar Venetië en omstreken te gaan: Doe Het Niet! Er is namelijk helemaal niets leuks aan voor ze. Je moet ze ontzettend goed in de gaten houden vanwege het gedrang, vooral op de boten maar ook in de stad zelf, vanwege al het water. Peuters en kleuters hingen in draagzakken, krijsend vanwege de hitte en de dorst. Overal zagen we lamlendige, apathisch kijkende kinderen meegesleurd worden door hun ouders. Het was bijna kindermishandeling. Ik bedoel, wij zochten ook altijd het water op toen de kinderen klein waren, maar niet in een stad.

Ok, terug op de hoofdweg richting basiliek. Trappen op, trappen af. De bruggen zijn hier hoog, zodat de gondels en ander vaartuig er makkelijk onderdoor kan, maar dat betekent dat je als voetganger vele treden het hoofd moet bieden. We kwamen bij de basiliek, die bleek gesloten wegens renovatie. Dus maar weer trap op, trap af. Bij de haven vroeg ik waar de boot naar Burano vertrok, en ik kreeg een antwoord dat ik niet begreep. Tot het tot me doordrong, de man sprak Frans. Zagen wij er zo Frans uit dan? ‘Daar is de rij, achter aansluiten graag’…er stond een meterslange rij mensen te wachten. Ja hoor. Na een minuut of wat wachten konden we de boot op. Rennen voor je leven, survival of the fittest, dus wij gaven alles maar belandden toch in een soort tussenruimte waar we net als honderd anderen moesten staan. Na een kwartiertje werd ik op mijn schouder getikt door iemand. Er was een stoel voor me, om de hoek! Dank u hartelijk. Ik nam plaats op het rijtje stoelen dat gereserveerd was voor 70-plussers (kennelijk hebben al mijn botox-behandelingen niet gewerkt), verder bevolkt door kinderen en jongeren. Zo gaan die dingen hier. Bert bleef staan waar hij stond, hij is nog jong tenslotte.

Waar Murano het eiland van het glas is, is Burano dat van het kantklossen. Dus, je raadt het al, werkelijk overal werd je doodgegooid met kant. Kanten kleedjes, kanten bloesjes, kanten mutsjes, kanten theedoeken, kanten weet-ik-veel, alles tegen alleszins onredelijke prijzen. Het was er ook veel en veel drukker dan op Murano. Na ons een kwartier in bochten te hebben gewrongen om anderen te ontwijken keken we elkaar aan: we gaan terug! Torcello lieten we voor wat het was. Wederom op een volle boot voeren we in een uurtje naar het San Marco-plein, waar we over moesten stappen op een boot die ons naar het piazzale Roma zou brengen alwaar we de bus naar de camping konden nemen. De boothalte waar we zijn moesten was een klein stukje lopen. Even overwogen we om te voet te gaan, maar gezien de hitte vonden we dat toch geen goede optie. Gelukkig was het op deze boot nu eens niet druk en we vonden allebei een zitplaats. Na een minuut of tien begon ik te twijfelen; ging hij wel de goede kant op? Het leek me van niet. Bij de volgende stop toch maar even gevraagd. Nee, deze gaat heel ergens anders naartoe! Shit. Hebben wij weer. Voor het Hilton Hotel stapten we uit, maar nergens zagen we een andere opstapmogelijkheid. Bij navraag bleek dat we een heel stuk verderop moesten zijn, daar zou een boot ons dan weer terugbrengen naar het San Marco-plein. We liepen langs een klein bakkertje waar we een stuk broodpizza kochten, en langs een groentewinkeltje waar we kersen, tomaat en komkommer insloegen. Zo, ons avondeten was in elk geval gered (het restaurant dicht op maandag). Uiteindelijk vonden we de goede boot, stapten bij San Marco over op de boot naar de bushalte, bevochten ons een plaatsje in de bus en waren om half zeven thuis. Om half vier waren we weggevaren van Burano. Ik zei het al, fijn dat we het systeem van de bootdiensten zo goed door hadden.












dinsdag 4 juli 2023

Dag 8 – 2 juli: Venetië (Biënnale Architetture 2023)

Ik heb iets veranderd aan de mogelijkheid te reageren op het blog. Als het goed is kun je nu ook zonder Google account een reactie achterlaten.


Als schrijvertjes schieten ze over het water, alle kanten op. Klein, groter, grootst. Het vervoer in Venetië gaat, logisch natuurlijk, over het water. Overal zijn steigers aangelegd, inclusief wachtruimtes, die meebewegen met het water zodat je hier vanzelf zeebenen krijgt. Vanmorgen maakten we voor het eerst kennis met dit fenomeen. De wachtruimte van onze vaporette, zoals de waterbussen hier heten, was overvol. De boot die ons naar het park moest brengen van de Biënnale Architetture eveneens. Toch mochten we er nog bij, en we hadden geluk: ik zag nog net twee vrije stoelen voorin. Mazzel, de meeste mensen moesten staan. We hadden boot nummer 2 genomen, en dat bleek een goede keuze. Ok, hij deed er wel vijftig minuten over, maar voerde ons over het Canal Grande dwars door de stad. Gratis sightseeing. Nou ja, gratis, we hadden bij de camping een kaart voor 72 uur gekocht à €45 pp. Maar een enkeltje boot kostte €9,50, we hadden het er gauw uit. En het was ontzettend leuk Venetië nu eens vanaf het water te zien.






De Biënnale met dit jaar als thema The Laboratory of the future , is verdeeld over twee terreinen die niet naast elkaar liggen. Vandaag deden we het eerste deel, gelegen in een groot en prachtig aangelegd park. Daar presenteerden 29 landen zich met hun ideeën over de toekomst. Hoe kun je bouwen aan een betere wereld als je je die niet eerst kunt voorstellen? Hoe kunnen we ervoor zorgen dat iedereen te eten krijgt zonder de aarde zelf uit te putten? Voor het eerst lag de focus ook op Afrika en de Afrikaanse diaspora. De kracht van de verbeelding staat in de projecten centraal.

Elk land had een gebouw waarin ze hun visie, hun ideeën konden laten zien. Dat deden ze op heel verschillende wijze. Soms heel beeldend, soms juist voornamelijk informatief. Het voert te ver om ze hier allemaal langs te gaan maar er sprongen wat ons betreft een paar uit. Duitsland deelde een mokerslag uit door alles vol te leggen met materialen die over waren gebleven van de Kunstbiënnale van vorig jaar. Elk jaar zijn hier die grote exposities, en dat vraagt ook elk jaar nieuw opbouwmateriaal. Het afvoeren na afloop is echter een groot probleem en vooral ook heel kostbaar. Alles moet per boot en ook is er heel veel dat niet hergebruikt kan worden om verschillende redenen. Je staat er niet bij stil, maar het is de verspilling ten top. En doordat het op deze manier zo zichtbaar gemaakt werd kwam het hard binnen.
Korea (nee, er stond expliciet niet Zuid bij) kwam met een game. Achter een lange tafel met voor elke stoel drie gekleurde drukknoppen kon je gaan zitten om deel te nemen aan het spel. Op een metersgroot scherm werd een stelling opgeworpen, bijvoorbeeld over het migratieprobleem. Daarna verschenen, op drie schermen met dezelfde kleuren als de drukknoppen, de mogelijke oplossing. Wat kies je? Geen landsgrenzen meer; alle landen voor iedereen toegankelijk; alleen onder bepaalde voorwaarden krijg je toegang, als je genoeg geld hebt bijvoorbeeld. De uitkomsten werden later verwerkt en op borden getoond. Indrukwekkend.

Op een goed moment wilden we wat gaan drinken. Er waren her en der wat kiosken neergezet, en we kozen een plekje in de schaduw. Bert bestelde een bitter lemon. De man achter de toonbank krabde zich achter zijn oor, keek eens om zich heen, vroeg het aan zijn maat; nee, hij had géén idee wat dat was. Hij hield een flesje limonade omhoog. Dit? Nee, dat is het niet. Hij sprak alleen maar Italiaans, dus met Engels kwamen we ook niet verder. Hij kreeg een ingeving: hij belde zijn baas. O ja hoor, die wist het wel. Limonade met campari. En voor we het wisten ging hij aan de slag. Eerst een flinke bodem campari, limonade erbij, ijsblokjes. We keken het met toenemende verbazing aan. De fles campari was nog niet leeg, er zat nog zo’n drie centimeter in. Ach, nog maar wat erbij. Weet je wat? Ik giet hem gewoon leeg! Hoppekee, schijfje citroen erbij…We kwamen intussen niet meer bij van het lachen, en de man deed even hard mee. Met een tot de rand toe gevuld plastic glas (hoezo duurzaam??) keerden we terug naar ons tafeltje. Bert liet het zich goed smaken – uiteraard. Ik had gewoon een flesje cola 😁

Zo’n uur of vier hadden we nodig om alles te bekijken. Tussendoor genoten we van het park zelf, het was één grote bloemenzee. Af en toe kwam de campari-man voorbij om ergens een klusje te doen, die gaf ons dan een vette knipoog. Om vijf uur pakten we de boot terug, de bus stond al klaar en om half zeven waren we weer thuis. Het restaurant voorzag ons van een uitstekende maaltijd, ideaal. We moesten er wel een eind voor lopen. Het terrein is ontzettend uitgestrekt en wij staan helemaal achteraan op het tentveld. Maar klagen? Nee hoor. Het kan niet beter. Wat een plek.

Overmorgen gaan we het tweede deel bezoeken, in het Arsenal. Eens kijken of ze daar ook zulke lekkere bitter lemon hebben.










Achtergebleven materialen....

...en gereedschappen







En dan hier de kaart met de uiteindelijke route, onze overnachtingsplekken met rood onderstreept