donderdag 13 juli 2023

Dag 17 – dinsdag 11 juli: Valle Maira

Ouderen gaan terug in hun kindertijd. Nu rekenen wij onszelf absoluut niet tot die doelgroep, maar vandaag begonnen we toch wat te twijfelen.

Omdat de Col de Preit gesloten was, zo stond op het bordje onderaan de weg, en we hier niet de hele dag voor de tent wilden blijven zitten togen we eerst naar Dronero om onze ontbijttoastjes te halen, hier crostini’s geheten, en daarna wilden we naar Villar San Costanzo alwaar bijzondere rotsformaties te zien waren.

Bij de eerste supermarkt in Dronero waren de crostini’s uitverkocht, alleen de volkoren versie stond nog in het schap. Die namen we dus maar mee, hoewel we die niet zo lekker vinden. Bij de tweede poging, bij de Spar, zagen we ze ook niet. Niet bij de andere twintig soorten toast, niet bij de ontbijtspullen, niet bij de zoutjes. We wilden net weggaan en stonden al vlakbij de kassa toen ik me even omdraaide: bingo! Op een volstrekt onlogische plek, tezamen met pleisters en witte wijn.

Hierna reden we naar de ciciu, zo heten ze hier; wij kennen deze stenen paddenstoelen als hoodies (nee, niet de capuchontruien) uit Amerika, daar hebben we ze in vele soorten en maten in verschillende parken gezien. Bij de ingang van het park moesten we – natuurlijk – entree betalen. Voor niets gaat de zon op. Je kon twee routes lopen, een korte van ongeveer een kilometer en een lange van tweeënhalf uur. Aangezien het inmiddels 35°C was kozen we voor het eerste. We liepen langs de picknickplaats naar beneden waar het pad begon. Al snel maakten we een behoorlijke afdaling, niet echt een pad maar meer een uitgesleten beekbeddinkje. Heel smal en lastig lopen. Opeens zag ik, in een hoekje, een kabouter staan. Heel groot en kleurig. Huh? Ok, zal wel. Leuk voor kinderen. We liepen door. Na deze afdaling kwamen we op een soort van bospad uit dat we bleven volgen. Opeens: een wolf! Ik vroeg me af of we misschien in de Efteling verzeild waren geraakt. Intussen geen hoodie te zien. Na de wolf kwamen achtereenvolgens de uil, de geit, de raaf en nog zo wat dieren tussen de struiken tevoorschijn. Verder stonden nergens aanwijzingen, en cicu’s waren in geen velden of wegen te bekennen. In de verte hoorden we kinderstemmen en na enige tijd verscheen er een vader met zijn twee zoontjes. Hij was verkeerd gelopen en dacht nu weer het goede pad gevonden te hebben. Het sprookjespad voor kinderen, wel te verstaan. In gebroken Engels deed hij heel veel moeite ons uit te leggen hoe we terug moesten komen, en na nog een keer een verkeerd pad genomen te hebben kwamen we terug bij ons uitgangspunt. Daar zagen we het pad dat we wél hadden moeten nemen, en we liepen er een klein stukje van tot we de eerste stenen paddenstoelen zagen. Vanwege de hitte, en omdat we al vaker zulke bijzondere beeldhouwwerken van moeder natuur hadden mogen aanschouwen, lieten we het daarbij.



Busca, een grotere plaats, lag een paar kilometer verderop. Daar konden we vast wel iets drinken dachten we. Nou, vergeet het maar. Ik weet niet wat het is hier in Italië, maar ook na de traditionele middagrust vertoont zich hier niemand op straat. Alles was dicht en verlaten. Wel twee leuke details zomaar in een muur:



We reden terug naar de tent. Daar hadden we een nieuwe buurman gekregen die ook Bert bleek te heten. Hij was niet alleen maar had gezelschap van een allerliefst en leuk Maltezer Leeuwtje. Dat heeft niets met wilde dieren te maken, maar alles met een klein hondenras. Hij nam haar mee op de motor, voorin, in een mandje waarop hij een ingenieus scherm-met-kijkruitje had geknutseld zodat ze geen last van de wind had maar wel naar buiten kon kijken. Die motor was elektrisch. Hij had hem meegenomen in de kleinste Kip caravan die er bestond. Zo kon hij ter plekke ritjes maken. Erop van en naar Nederland rijden was geen optie gezien de actieradius van 200/250 km, en dit was een goede oplossing nadat hij zijn zware motor van de hand had moeten doen. Coba, het hondje, zou het allemaal worst wezen. Zij vond het prachtig en dat was dat.



Morgen gaan we hier weg, Frankrijk lokt.

O ja, even terugkomend op het begin: dat we, zo jong als we zijn, vandaag toch voor het kabouterpad gekozen hadden, zou dat iets zeggen over ons??








dinsdag 11 juli 2023

Dag 16 – maandag 10 juli: Valle Maira

Alle ontbrekende foto's zijn nu toegevoegd, vanaf dag 11!

Het was warm. Heel warm. En eigenlijk nog warmer. Normaal gesproken ga je dan vroeg op pad als je wilt wandelen, zodat je de ergste hitte voor bent. Maar dat is ons nog nooit gelukt, wij zijn blij als we vóór twaalf uur ter plekke zijn. Ja, dat is op het heetste punt van de dag. Zo ook nu: om precies twaalf uur waren we startklaar om een korte wandeling van zo’n 4,5 kilometer te lopen vanuit het dorpje Acceglio. Eerst hadden we nog wat informatie gehaald bij het Tourist Office ter plekke, waar we te woord gestaan werden door een dame die geen Engels sprak en ook nauwelijks Duits. Heel handig voor een toeristenbureau waar, hoe gek, veel toeristen komen waarvan een aanzienlijk deel uit het buitenland. Maar goed, gewapend met de nodige kaartjes zochten we het pad dat naast de kerk begon. Eerst hadden we al wat rondgedwaald in dit kleine bergdorpje en nu gingen we naar boven. Het pad was gemarkeerd door een blauwe streep. Die zagen we niet. Maar met behulp van de app AllTrails konden we toch het begin vinden. Dat ging langs een weiland, en toen omhoog. Er stond een rode auto geparkeerd die het pad volledig blokkeerde, kennelijk was het niet veel belopen. We slaagden erin om de auto heen te komen en begonnen vol goede moed aan de tocht omhoog, door het bos. Het eerste stuk ging prima, en Bert ontwaarde zelfs iets van een blauwe markering die echter zo overgroeid was dat die ontdekking puur toeval was. Opeens stapte ik in het water. Ach, een beetje nat, kan gebeuren. Maar allengs werd het erger en erger, tot we tot over onze enkels in de modder zakten. Het was gewoon smeltwater wat daar naar beneden kwam en zich vermengde met zand, bladeren en stenen, en we moesten nog een heel eind naar boven. Ik zei het al, het was meer dan warm. We namen een uitstekende beslissing: we keerden om. Geen zin om dit onzekere traject in te gaan in de bloedhitte.

We stapten in de auto en reden naar het volgende dorpje, Chiappera. Ons aanbevolen door onze gids-op-afstand in Berkenwoude. Echt een mooi en fotogeniek dorpje waar we enige tijd bleven rondlopen. Dat kwam ook omdat we op zoek waren naar Campo Base, een ook per auto bereikbare berghut waar ze volgens onze gids Willem behalve iets te eten ook wifi hadden. Dat zou zeer welkom zijn, dan kon ik alle foto’s eindelijk laden. We zagen wel iets van een ristorante, maar dat was dicht. Uiteindelljk bleek dat we niet goed gekeken hadden, we moesten een eindje verderop zijn. Er was ook een camping, daar parkeerden we de auto. Die camping zag er keurig uit, ons iets te keurig zelfs, maar als je na een lange tocht daar je tentje op wilde zetten was het beslist een oase. Temeer omdat de hut, die meer leek op een gewoon restaurant, er vlak boven was. We liepen er dus naartoe en werden geholpen door een aardige jongen die voor de verandering nu eens wél Engels sprak. Hij zou de menukaart – nou ja, er stonden een paar gerechten op een krijtbord – wel even voor ons vertalen. Het eerste gerecht dat erop stond was insalatino met cereales en verdure. Enigszins verbaasd vroeg ik ‘Sla met cornflakes’? Hij schoot in de lach, nee natuurlijk niet. Maar hij begreep de verwarring. Omdat ik heel veel behoefte had aan iets lichts en verfrissend leek het me in elk geval een goede keuze. Bert nam de pasta met ragú, daar kun je hem voor wakker maken. Met een karaf water en lemon soda voor ons allebei als drinken.

Al snel kwam het eten op tafel. Het moet gezegd, het zag er prachtig uit, die insalatino. Echt een tip: doe gerechten in een ring voor je ze opdient. Heel makkelijk, en iedereen denkt dat je minstens twee dagen in de keuken gestaan hebt. Ik nam een hap, en nog een, en toen begonnen mijn oren langzaamaan te groeien. Al snel volgden mijn tanden, en ook mijn bovenlip begon vreemde vormen aan te nemen. Ik werd een konijn! Het leek werkelijk op konijnenvoer, met heel veel pitten en zaden. En daar ben ik sowieso al geen fan van. Het piepkleine cherrytomaatje dat in vieren gesneden toegevoegd was voegde niets toe, evenmin als de drie flinterdunne plakjes radijs. Ik heb mijn best gedaan maar moest toch een deel laten staan. Met de ragú daarentegen had Bert geen enkele moeite. De toetjes, semifreddo van noga voor Bert en een stuk zandtaart (dat was het niet helemaal maar ik kan het niet anders omschrijven) met bosbessensaus voor mij, waren verrukkelijk. We kregen er de Lemon Soda bij geserveerd, de Italiaanse Engelsman was het helemaal vergeten. Een dikke plus was dat de wifi zo snel was dat ik in no time de foto’s geladen had. Heel fijn!


Insalatino met cereales...





Foto's zijn van Chiappera

Geheel voldaan keerden we terug naar onze tent waar we het gebruikelijke ritueel volgden van lezen en bloggen, met later een glaasje wijn en een stukje kaas. Intussen hadden we ook onze plannen aangepast. We bleven nog een dag extra hier. Overal werd het zo ontzettend warm, zeker ook in het gebied in Frankrijk waar we naar toe wilden, dat het ons niet verstandig leek. In de hitte een tent opzetten is bepaald geen pretje. En we staan hier zo mooi, altijd schaduw en ’s nachts redelijk koel, jammer om dat nu op te geven.

’s Avonds gaven de vuurvliegjes weer een spetterende show ten beste, wat wil een mens nog meer?

maandag 10 juli 2023

Dag 15 – zondag 9 juli: Valle Maira

'Schlafen Sie gut??’
‘Wass meinen Sie?’
‘SCHLAFEN SIE GUT?’

Ik begreep er niets van. Wat bedoelde ze, die dame van het pension in Duitsland die ik aan de lijn had? We spreken over 1994, en op weg naar ons vaste wintersportadresje in Oostenrijk wilden we een overnachting plannen. In het boekje ‘Weg van de snelweg’ had ik dit Gasthaus gevonden, in het plaatsje Wachtenroth tussen Würzburg en Neurenberg. Uiteindelijk had ik het, via een krakende telefoonlijn, voor elkaar dat ze twee kamers voor ons reserveerde. Eenmaal ter plekke werd duidelijk waarom de vraag gesteld was, het was vrijdagavond en dan kwamen alle dorpslui voor hun kaartavond met bijbehorend biertje. En bij één bleef het natuurlijk niet. De kamers waren direct boven de gelagkamer en we zouden wel eens last kunnen hebben van het lawaai. Er was nog een dependance, iets verderop, en als we slechte slapers waren had ze ons daar geplaatst. Maar het was helemaal goed, net niet gratis, een goede keuken en vooral donker bier uit de tap. Ik meen dat we omgerekend €15  inclusief ontbijt per kamer betaalden.

Waarom kwam dit nu bij me op? Toen we ons hier op de camping meldden was de eerste vraag ‘hoe groot is jullie tent?’ Ehh…geen idee…’Hoe groot is jullie tent???’ Nou, misschien een meter of vijf? ‘Ja, maar hoe groot dan?’ Tja, zo kwamen we niet verder. Toch liep de eigenaresse met ons mee om ons wat voorstellen voor plekken te doen, en zo kwamen we op een mooie plek onder de bomen terecht. De vraag was voortgekomen uit de drukte die het naderende weekend zou brengen, en zoals ik al schreef stond het vanaf vrijdagavond inderdaad goed vol met tentjes, al dan niet op een autodak. Maar ondanks dat was er nog meer dan genoeg plek. Nu, twee dagen later, is driekwart van het terrein weer leeg.

Nog nooit waren we ergens waar alles zo goed onderhouden werd. Het sanitair werd minimaal 2 per dag grondig geboend, en gedurende de dag nog een aantal keren iets minder grondig. Spic en span. Ook het terrein zelf werd regelmatig geharkt zodat niemand zich kon verstappen op een losliggende dennenappel. Je kon in de bar kleine hapjes bestellen, en voor de lunch namen we allebei een dikbelegde panini mee naar ons eigen tentterrasje.

Wijs geworden na de drukte van gisteren besloten we nergens naar toe te gaan, maar lekker lui te blijven lezen bij de tent. Alleen in de loop van de middag zijn we even naar de overkant gelopen waar het avonturenpark is. Daar zaten veel families te picknicken op het gras, terwijl hun kinderen halsbrekende toeren uithaalden op de aangelegde klimparcoursen. Sommige volwassenen hadden kennelijk al ervaring en hingen letterlijk aan de hoogste bomen om dan in vliegende vaart aan een tokkelbaan naar de andere kant te komen. Het was echt een leuk gezicht maar ik was blij dat ik op de grond kon blijven staan.

Tegen het vallen van de avond aten we een kommetje veldsla met mozzarella, knoflook en gesmoorde paddenstoelen. Beetje vreemde combinatie maar het smaakte goed. Tegen bedtijd vroegen we ons voor de zekerheid nog een keer af: slapen we goed??










zondag 9 juli 2023

Dag 14 – zaterdag 8 juli: Valle Maira



Er zijn inmiddels twee reacties geplaatst, kennelijk lukt dat nu (soms?) wel weer!

Italianen groeten niet. Ook al lopen ze vlak voor je tent langs, er kan geen lachje af. Het viel ons al op in Venetië en hier, waar uitsluitend Italianen staan nog veel meer. Zelfs als wij ze met een vriendelijk ‘buongiorno’ begroetten kwam er nog niets terug. Een jongeman in een piepklein groen tentje (die heb je hier veel, piepkleine groene tentjes) was al vier keer voorbij gelopen zonder ook maar een spier te vertrekken. Bij de vijfde keer probeerden wij het nog eens even met een vriendelijk knikje, à la Mr.John Reid, de Rijdende Rechter. Geen reactie. Opeens draaide hij zich om en zei ‘Goedemiddag!’ Huh? We moesten alle drie lachen. Er kwam zelfs ‘dank je wel’ achteraan en hiermee was onze stelling van niet-groetende Italianen onderuit gehaald.

Uit Nederland hadden we een doos eieren meegenomen waarvan er nu nog drie over waren. In de koelbox waren ze goed koud gebleven en vanmorgen aten we ze, hardgekookt, bij het ontbijt. Het brood van gisteren roosterden we op ons onovertroffen broodroosterplaatje dat je zo op je gaspit kunt zetten. Daarna gingen we op pad, naar de Col de Sampeyre. Zo’n 2300 meter hoog. Die gedachte hadden veel meer mensen, zo bleek onderweg. Zowel auto’s als fietsers bevolkten de weg naar boven. Het was een kwestie van flink toeteren op de smalle weggetjes, vlak voor elke bocht, om zo de kans op blik- of andere schade te vermijden. We werden er steeds bedrevener in, en na ongeveer honderd haarspeldbochten kwamen we boven. Het was er één grote bloemenzee, zo ontzettend mooi! Wel jammer dat de top zelf in de mist lag zodat we geen uitzicht hadden, maar we hadden al meer dan genoeg aan die verscheidenheid aan flora. We zagen onder andere adderwortel in grote hoeveelheden, harige ratelaar, berghuislook, steenanjers, wilde tijm, sneeuwgentiaan, nachtsilene, rotsereprijs, grootbloemige ganzerik (potentilla) en tolpis. Kenden wij al die soorten? Nee, niet allemaal, maar de app PlantNet hielp ons bij het determineren 😊. Als je in planten geïnteresseerd bent is die app beslist een aanrader. We liepen er een tijdje rond terwijl de fietsers een eind verderop aan het uithijgen waren van hun klim. Wandelaars waren er niet.

De weg naar beneden verliep wat vlotter, de meeste mensen waren alweer weg en we hoefden maar een paar keer uit te wijken. Omdat onze etensvoorraad zichtbaar was geslonken wilden we een supermarkt opzoeken. In Italië zijn die vaak lastig te vinden, zeker in afgelegen gebieden zoals hier maar ook rond Perugia moesten we indertijd, in 2018, veel moeite doen. Het was dus niet zo eenvoudig. Uiteindelijk vonden we er een op zo’n 30 minuten rijden. Dat wil zeggen, dat zou het normaal gesproken geweest zijn, ware het niet dat er een 40-kilometer autootje voor ons reed. Pas na een kilometer of vijftien lukte het ons hem in te halen. Smalle weg, veel bochten, dan heb je dat. In Dronero vonden we uiteindelijk een kleine supermarkt, zoiets als de Aldi maar dan in miniformaat. We haalden er vers fruit, sla, haricots vert, pancetta, een paar stukjes vlees, wijn en nog zo wat belangrijke zaken. Brood wilden we ook maar dat moesten we bij de bakker halen. Daarvoor liepen we het plaatsje wat verder in. Er was een voetgangersgebied waar je normaal gesproken drommen mensen zou verwachten, zeker op zaterdagmiddag, maar er was geen kip. Ook geen bakker trouwens. Bij de Spar, ook alweer een mini-uitvoering, kochten we iets dat leek op een Frans stokbrood. Teruglopend naar de auto kwamen we langs…een bakker. Te laat!

Bij de tent kookten we voor het eerst deze vakantie ons eigen maaltje. We hadden ernstige behoefte aan groenten, die hadden we niet veel gehad afgelopen tijd, en dus ging de 500 gram boontjes, met knoflook, erin als koek. Of beter gezegd, als boontjes. Zo lekker! We hadden ze eerst voorgekookt en na laten garen in de slaapzak zodat we op onze eenpitter het vlees konden bakken. Het was gewoonweg smullen geblazen.

Wijs geworden door de drukte van vandaag besloten we morgen, zondag, lekker bij de tent te blijven, misschien een wandelingetje in de buurt te maken, en dan de dag erna naar de Col de Preit te rijden. Het kampeerterrein werd intussen steeds voller vanwege het weekend, maar het was gewoon een gezellige drukte. Buona notte, zeiden onze medekampeerders (sommigen dan).

Col de Sampeyre: de top!

Bistorta officinalis Delarbre
(Adderwortel)

Harige Ratelaar

Silene nutans (Nachtsilene)

Sempervivum Montanum
(Berghuislook)

Veronica fruticans
 (Rotsereprijs)
)
Potentilla Grandiflora 
(Grootbloemige ganzerik)

Gentiana nivalis
( Sneeuwgentiaan)

Tolpis staticifolia

Dianthus pavonius Tausch
(Kleine steenanjer - in het midden)








zaterdag 8 juli 2023

Dag 13 - vrijdag 7 juli: Park Camping Valle Maira

Helaas nog steeds geen foto's, dat zal nog wel een paar dagen duren.

Stel, je bent moeder van een tweeling van anderhalf jaar. Om er zeker van te zijn dat je dat onthoudt heb je dat in lettergrootte 144 op je arm laten tatoeëren: mama of twins. Stel, je zit in een drukke bus. Een van de tweelingmeisjes kijkt op je telefoon een filmpje. Het filmpje is afgelopen en het meisje begint te brullen. Je pakt de telefoon af en ze gaat nog harder brullen. Het zusje kijkt ernaar met een uitdrukkingloze blik in haar ogen. Stel, je wilt het huilen stoppen. Wat doe je dan? Hieronder drie opties:

1. Je geeft haar een mep
2. Je geeft haar een flesje met water
3. Je geeft haar een ballpoint.

Nou? Wat wordt het? Optie 3! Het werkte direct, en op het moment dat ze de bus verlieten had het kind zichzelf voorzien van tatoeages over haar hele lijf. Met pen. Nog een geluk dat ze haar zusje geen oog had uitgestoken. Je maakt wat mee in de bus naar Venetië. Maarre….jullie zaten toch al ergens in Piemonte? Klopt, maar dit verhaal wilde ik jullie niet onthouden.

Op aanraden van onze vrienden uit Berkenwoude reden we naar Marmora, een kilometer of vijf hier vandaan. Zij hadden daar zelf begin juni gezeten en konden ons van allerlei nuttige informatie voorzien. Zoals dat gaat in de bergen zijn de wegen – of liever weggetjes – smal en bochtig dus we moesten af en toe bijna de afgrond induiken als er een tegenligger aankwam, maar toch kwamen we veilig waar we wezen wilden. Er was een vrij luxe uitziend restaurant met een klein museumpje erbij, waar allerlei gereedschappen en attributen uit vroeger tijden te zien waren. Het lag gewoon buiten en hing aan de muren, dus in die zin was van een echt museum geen sprake. Het lag er in elk geval schitterend, met een ansichtwaardig uitzicht. Daarna reden we verder door naar boven en uiteindelijk maakten we een hele ronde door dit prachtige gebied.


’s Middags reden we de andere kant op, op weg naar een kaasmakerij. Ook die lag hoog in de bergen. Gelukkig voor ons zagen we aan de kant van de weg een bar annex winkeltje waar ze ook lunch serveerden, en dus schoven we voor de zoveelste maal aan voor een lekker hapje. De schade was deze keer €13, en daarvan was €2,50 voor de Fanta van Bert omdat de gewone citroenlimonade op was. Aldus gesterkt gingen we voor de tweede keer omhoog, op zoek naar die speciale Italiaanse kaas. Nou, al wat we zagen, geen kaasmakerij. Dat wil zeggen, ergens vonden wel het vermoedelijke huis, maar alles zat potdicht. Dan maar weer naar beneden. Bij de het winkeltje naast de bar van de lunch kochten we drie verschillende soorten kaas uit de streek, dat verkochten zij namelijk ook. We haalden er brood bij en namen allebei een ijsje.

Terug bij de tent, het was inmiddels al een uur of vijf, hielden we onze eigen kaasproeverij. Zonder meer allemaal prijswinnaars, niet in de laatste plaats door de begeleidende Pinot Grigio.

’s Avonds werden we getrakteerd op een dansvoorstelling van duizenden vuurvliegjes die daar ongetwijfeld dagen voor gerepeteerd hadden. Zo mooi!


Een broodoven die zo te zien nog in gebruik was,
waarschijnlijk wel voor recreatieve doeleinden
te oordelen naar het grote vakantieverblijf er tegenover









vrijdag 7 juli 2023

Dag 12 – donderdag 6 juli: Venetië – Valle Maira

Droog! De tent was helemaal droog, zelfs geen dauw. Dat is in Europa vrij uitzonderlijk. Het was zeven uur ’s morgens. Als een speer pakten we alles in, dat ging heel vlot, en om kwart voor acht zaten we aan de koffie. Onze eigen wel te verstaan, we konden nog koffie zetten. Om half negen reden we weg. Omdat we altijd de bus pakten hadden we het niet eerder gezien, maar nu zagen we het wel: op een paar honderd meter afstand, de andere kant op, was het dorpje Mira waar je werkelijk alles kon krijgen. Er was zelfs een Lidl. Maar ja, als je zo lekker kunt eten op de plaats van bestemming, waarom zou je dan nog boodschappen doen?

Het was druk op de weg. Met de Bip&Go konden we bij de tol echter zo doorrijden, ideaal. We waren koud een uurtje onderweg toen we de lucht voor ons wel erg zwart vonden worden. Niet veel later werden we getrakteerd op noodweer, bepaald geen pretje op de snelweg. Vooral niet omdat het zo ontzettend druk was met heel veel vrachtverkeer. Na een uur of twee stopten we even voor een kop koffie, en ik nam het stuur over. Zodra we van de A4 afsloegen naar de A 21 werd het beter, en dat bleef zo. Wat wel opviel was dat echt helemaal niemand zich aan de snelheidsbeperkingen bij wegwerkzaamheden hield. Je mocht daar officieel maar 60 km rijden maar de norm lag twee keer zo hoog.


Op een goed moment gingen we binnendoor verder. Daar zag ik een bakker aan de kant van de weg en we stopten om brood te kopen voor de lunch. Er bleek een klein restaurantje naast te zitten, met allemaal werklui die pauze hadden. Niks brood, aan een formica tafeltje kregen we een bord fusilli met room, ham, doperwten en Parmezaan. Flesje water erbij, klaar. En lékker! De kassa gaf €14 aan.

Na deze onverwacht bijzondere ervaring haalden we toch wat brood, vast voor morgenochtend. Er lagen ook allerlei andere heerlijkheden in de vitrine, en we namen naast twee vruchtentaartjes ook twee kletskoppen van hazelnoot mee. Die waren om je vingers bij op te eten, zei de mevrouw achter de toonbank.

Het laatste stuk ging dwars door de bergen. Op de hellingen zagen we kleine dorpjes, de bijzonder gebouwde kerktorens staken er bovenuit. Een mooie groene vallei, die Valle Maira. Wel vrij smal, we vroegen ons af hoe hier in ’s hemelsnaam een camping zou kunnen liggen. Maar hij was er toch, opeens, na een bocht. Een stukje lager dan de weg en aan een snelstromend riviertje. We mochten zelf een plek uitzoeken en dat werd een mooi vlak stukje grond onder de bomen. Het woei wel als een idioot zodat we alle stormlijnen vast moesten zetten. Ach, daar zijn ze voor.

We installeerden ons, dronken in de tent een glaasje en met een kletskop erbij waren we klaar voor nieuwe avonturen.






Dag 11 – woensdag 5 juli: Venetië

Als je met je ov-kaart in Nederland in de trein stapt, moet je eerst inchecken. Dat geldt hier ook. Je hebt dan wel een kaartje gekocht, maar altijd voor je de drijvende wachtkamer binnenstapt moet je je pasje voor de scanner houden. Tja, en dat was de Canadees (die van het pensioen) vergeten. Of, beter gezegd, hij dacht dat de aanschaf van een dagkaart voldoende was. Tot er controle kwam. Naast de €50 die hij en zijn vrouw voor de dagkaart hadden betaald kwam er nu nog datzelfde bedrag aan boete overheen. Hij liet aan de controleur zijn bonnetje zien, nog geen uur geleden gekocht, maar het mocht niet baten. ‘Ik doe gewoon mijn werk’, had de beste man gezegd. Zelf zijn we al die dagen trouwens maar één keer gecontroleerd.

Vandaag hadden we een rustdag. Na drie dagen op rij sjouwen in de hitte, hoe leuk ook, was het tijd voor een wasje, uitgebreid douchen en vooral een beetje lummelen en lezen. Dat was dus precies wat we deden. Aan het eind van de middag brachten we vast wat ordening aan in de kampeerspullen, morgenochtend vertrekken we vroeg naar Piëmont. Dwars door Italië, richting Franse grens. Dan moeten we deze fijne plek verlaten. Vooral het tentenveld is zo mooi, met allemaal verschillende grote bomen. We stonden onder witte esdoorns en enorme trompetbomen. Die laatste hebben hele grote bladeren en een dicht bladerdak, waardoor ze goed schaduw geven. We aten voor het laatst in het restaurantje. Bert nam er voor de derde keer de spaghetti carbonara die werkelijk uitstekend gemaakt was, zoals het hoort met ei in plaats van room. Ik sloot af met een simpele pizza, o zo lekker. Het toetje liet ik deze keer aan mij voorbij gaan maar Bert kon de merengue gevuld met vanillecrème echt niet laten staan. Met een halve liter witte wijn spoelden we alles weg en voor dit alles tikten we €30 af.

Morgen vroeg op en hopelijk droog inpakken. Ciao, La Serennisima!



En dan hier de kaart met de uiteindelijke route, onze overnachtingsplekken met rood onderstreept